ECLI:NL:RBDHA:2026:9406
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 4 november 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser eerder in Zwitserland asiel had aangevraagd.
Eiser voerde aan dat zijn eerdere aanvraag in Zwitserland was afgewezen en dat hij risico loopt op uitzetting naar Turkije waar een aanhoudingsbevel tegen hem zou bestaan. Tevens stelde hij slachtoffer te zijn van mensenhandel en arbeidsuitbuiting in Nederland en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake is van systematische tekortkomingen in Zwitserland die een uitzondering op het vertrouwensbeginsel rechtvaardigen. Ook was er geen reden om overdracht aan Zwitserland te weigeren op grond van persoonlijke omstandigheden of het belang van opsporing en vervolging.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 2 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Zwitserland wordt ongegrond verklaard.