Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen
in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige zoon [minderjarige zoon] (Abdullah), uit Den Haag, eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Procesverloop
Overwegingen
€ 1.000,-). De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade aan eiser tot een bedrag van € 700,-.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
De rechtbank:
veroordeelt verweerder tot het betalen van € 300,- aan schadevergoeding aan eiser;
mr. E.P.A. Stok, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2026.