Uitspraak
1.[eiser 1] ,
6. [eiser 6]
7. [eiser 7] ,
8. [eiser 8] ,
9. [eiser 9] ,
10. [eiser 10] ,
eisende partijen,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties,
- de conclusie van repliek met producties,
- de conclusie van dupliek,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De Passagiers hadden een pakketreisovereenkomst met TUI Nederland voor vlucht OR 379 van Amsterdam naar Bonaire op 13 september 2022, die met bijna vijf uur vertraging werd uitgevoerd. Zij vorderden een vergoeding van € 600 per persoon op grond van EU-verordening 261/2004 wegens deze vertraging.
TUI voerde verweer dat de Passagiers zich niet tijdig hadden gemeld en dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk personeelstekort bij de beveiliging op Schiphol. De rechtbank oordeelde dat de meldingstermijn bij de gate geen vereiste is voor toepasselijkheid van de Verordening en dat digitaal inchecken gebruikelijk is.
De rechtbank stelde vast dat TUI onvoldoende had bewezen dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De doorwerking van eerdere vertragingen op de rotatievlucht werd niet gevolgd vanwege de langeafstandsvlucht over meerdere dagen. Wel vond de rechtbank dat TUI in het belang van de Passagiers lang heeft gewacht met vertrek, waardoor zij niet in aanmerking komen voor vergoeding.
De vorderingen werden afgewezen en de Passagiers werden veroordeeld in de proceskosten van € 864,00. Het vonnis werd gewezen door mr. N.F.H. van Eijk op 21 april 2026.
Uitkomst: De vorderingen van de Passagiers wegens vluchtvertraging worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van buitengewone omstandigheden en niet tijdige melding.