ECLI:NL:RBDHA:2026:9328
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen alle bestuursrechters rechtbank Den Haag wegens gebrek aan concrete feiten
Verzoeker diende op 8 april 2026 een wrakingsverzoek in tegen de volledige afdeling bestuursrecht van de rechtbank Den Haag, stellende dat de rechters onpartijdig zouden zijn vanwege het volgen van het vermeend onrechtmatige verweer van de Belastingdienst sinds 2010.
De wrakingskamer overweegt dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten die de onpartijdigheid van een rechter aantonen. Het verzoek bevatte slechts veronderstellingen en suggesties zonder specifieke aanwijzingen tegen individuele rechters.
Ook werd het verzoek om behandeling door een wrakingskamer van een ander gerecht afgewezen, omdat de wet en het wrakingsprotocol bepalen dat wraking binnen hetzelfde gerecht wordt beoordeeld.
De wrakingskamer concludeert dat het verzoek niet toewijsbaar is en wijst het af. Er is geen reden voor een mondelinge behandeling, en het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was voor het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen alle bestuursrechters van de rechtbank Den Haag wordt afgewezen wegens ontbreken van concrete feiten die partijdigheid aantonen.