Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende op 25 januari 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser in 2024 illegaal via Italië de EU binnenkwam en in april 2025 in Zwitserland een asielaanvraag deed.
Eiser voerde aan dat de opvangomstandigheden in Zwitserland slecht zijn, met een verhoogd risico op schendingen van mensenrechten, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is. Hij verwees naar het AIDA-rapport 2025 om dit te onderbouwen. De rechtbank oordeelde echter dat deze verwijzing onvoldoende is om systeemfouten in Zwitserland aan te tonen. Er is geen bewijs van structurele tekortkomingen of onverschilligheid van Zwitserse autoriteiten.
De rechtbank benadrukte dat Zwitserland met het claimakkoord heeft gegarandeerd de aanvraag conform Europese richtlijnen te behandelen. Eiser kan klachten indienen bij Zwitserse instanties indien nodig. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen terecht is genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.