ECLI:NL:RBDHA:2026:9294
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen lp-aanvraag tijdens asielberoep
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat de minister een laissez-passer (lp)-aanvraag indient en hem presenteert bij de Sri Lankaanse autoriteiten zolang het asielberoep loopt. Verzoeker vreest vervolging en schending van artikel 3 EVRM Pro bij contact met deze autoriteiten, mede gebaseerd op een thematisch ambtsbericht over risico's voor Tamils in Sri Lanka.
De minister stelt dat het verzoek moet worden afgewezen, verwijzend naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het beleid dat geen asielgerelateerde persoonsgegevens worden verstrekt bij de lp-aanvraag. De voorzieningenrechter neemt het spoedeisend belang aan vanwege de geplande indiening van de lp-aanvraag op 17 april 2026.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de minister wel een lp-aanvraag mag indienen, maar niet de vreemdeling persoonlijk mag presenteren bij de autoriteiten zolang het beroep loopt. Omdat verzoeker en zijn gemachtigde op 10 april 2026 op de hoogte zijn gesteld van de lp-aanvraag en de inhoud daarvan, en de minister heeft bevestigd dat de gegevens vooraf zijn gecontroleerd, ziet de voorzieningenrechter geen reden om het verzoek toe te wijzen.
Het verzoek wordt daarom afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de lp-aanvraag wordt afgewezen.