ECLI:NL:RBDHA:2026:9233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel bewaring en verzoek om schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 30 maart 2026 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde hiertegen beroep in, dat tevens werd aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding. Op 3 april 2026 werd de maatregel van bewaring opgeheven vanwege een ingediende asielaanvraag, waardoor de grondslag van de maatregel veranderde.
De rechtbank behandelde het beroep op 14 april 2026, waarbij eiser met zijn gemachtigde via beeldverbinding aanwezig was. De beoordeling richtte zich op de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was geweest en of schadevergoeding toekenningswaardig was.
De rechtbank concludeerde dat uit de verstrekte gegevens geen aanwijzingen naar voren kwamen dat de maatregel niet langer aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voldeed. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.