Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Kroatië volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter overweegt dat de hoofdzaak reeds is behandeld in een gelijktijdige zaak (NL26.12284) en dat een voorlopige voorziening daarom niet langer nodig is. Het verzoek wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan op 9 april 2026 door mr. M.L. Weerkamp en is openbaar gemaakt zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en de hoofdzaak reeds is behandeld.