Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar verzoek om tijdelijke bescherming buiten behandeling te stellen. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.
De kern van het geschil betreft het niet betalen van het griffierecht. De griffier heeft eiseres via haar gemachtigde op 20 september 2025 een nota gestuurd met een betalingstermijn van vier weken. Na het uitblijven van betaling is op 20 oktober 2025 een herinnering verstuurd met wederom een termijn van vier weken. Ook na deze termijn is het griffierecht niet voldaan.
Eiseres heeft geen verschoonbare reden voor het niet betalen van het griffierecht gegeven. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb verklaart de rechtbank het beroep daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van het griffierecht, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.