ECLI:NL:RBDHA:2026:9058
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië in moratoriumperiode
Eiser diende op 15 februari 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister vroeg op 29 februari 2024 informatie op bij Duitsland, die op 4 maart 2024 werd verstrekt. Omdat de minister niet binnen drie maanden na de aanvraag Duitsland had verzocht om overname, werd Nederland verantwoordelijk voor de aanvraag vanaf 16 mei 2024.
De minister had in beginsel uiterlijk 16 november 2024 moeten beslissen, maar vanwege het besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden. Hierdoor moest uiterlijk op 15 november 2025 worden beslist. Eiser stelde de minister op 26 augustus 2025 in gebreke, maar dit was te vroeg omdat de verlengde termijn nog niet was verstreken.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens deze te vroege ingebrekestelling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de rechtbank ziet geen reden om een bestuurlijke dwangsom vast te stellen. De zaak is zonder zitting behandeld omdat partijen geen zitting wensten.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling binnen de verlengde beslistermijn door het besluitmoratorium Syrië.