Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9052

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
vk_25_23807
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10, eerste lid, aanhef en onder h en i, van de RvaArt. 11, eerste lid, van de Rva
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ROV-6 maatregel tegen asielzoeker wegens agressief gedrag in AZC

De zaak betreft het beroep van een asielzoeker tegen een ROV-6 maatregel die het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) op 10 november 2025 aan hem heeft opgelegd. De maatregel houdt in dat alle verstrekkingen gedurende twee weken worden ingetrokken, de toegang tot het AZC Winterswijk wordt ontzegd en de asielzoeker wordt overgeplaatst naar een time-out locatie waar hij zorg in natura ontvangt.

De maatregel is opgelegd naar aanleiding van een incident op 9 november 2025 waarbij eiser agressief en grensoverschrijdend gedrag zou hebben vertoond jegens twee vrouwelijke medebewoners en medewerkers van Trigion. Volgens het COa heeft eiser onder meer pannen met kokend water gegooid en een schilmes zichtbaar vastgehouden, wat leidde tot een situatie met grote impact.

Eiser betwist de beschuldigingen en stelt dat hij niet agressief was en dat de medebewoners zich juist agressief opstelden. Hij heeft echter geen getuigenverklaringen overgelegd ter onderbouwing van zijn stellingen. De rechtbank acht de verklaringen in het incidentenverslag en het onderzoeksgesprek betrouwbaar en concludeert dat de maatregel terecht en proportioneel is opgelegd.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht af en wijst ook een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter Esmeijer en griffier Kambeel op 13 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt de ROV-6 maatregel en verklaart het beroep van de asielzoeker ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/23807

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

V-nummer: [V-nummer]
en

Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Sloots).

Samenvatting

1.1
Deze uitspraak gaat over het besluit van 10 november 2025 (het bestreden besluit). Eiser is het niet eens met de aan hem bij dat besluit opgelegde maatregel. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het bestreden besluit stand kan houden.
1.2
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1
Verweerder heeft bij het bestreden besluit van 10 november 2025 aan eiser op grond van het ROV [1] een ROV-6 [2] maatregel opgelegd, inhoudende dat met ingang van diezelfde datum alle Rva [3] -verstrekkingen gedurende twee weken worden ingehouden. Verder wordt eiser de toegang ontzegd tot het AZC Winterswijk gedurende deze periode en wordt hij overgeplaatst naar een time-out locatie (AZC Zutphen), waar hij zorg in natura ontvangt.
2.2
Eiser heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Omdat tegen het bestreden besluit rechtstreeks beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank heeft verweerder het bezwaar doorgezonden naar de rechtbank om te worden behandeld als een beroepschrift.
2.3
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
2.4
De rechtbank heeft het beroep op 3 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, [naam] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of verweerder de ROV-6 maatregel aan eiser heeft kunnen opleggen. Zij doet dat aan de hand van hetgeen eiser in beroep naar voren heeft gebracht.
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
5. De rechtbank overweegt dat verweerder bevoegd is om bij wijze van maatregel verstrekkingen in te trekken als ernstig inbreuk wordt gemaakt op de verplichtingen en/of een ernstige vorm van geweld wordt gepleegd jegens asielzoekers die in een opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in die voorziening of aan anderen. [4] Ook is verweerder bevoegd een asielzoeker naar een andere voorziening over te plaatsen. [5] De werkwijze van verweerder bij het opleggen van maatregelen is neergelegd in het Maatregelenbeleid.
Standpunten partijen
6.1
Verweerder heeft aan eiser een ROV-6 maatregel opgelegd, omdat eiser op
9 november 2025 agressief en grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond jegens twee vrouwelijke medebewoners en medewerkers van Trigion [6] . Volgens verweerder heeft eiser, nadat hij aan medewerkers van Trigion had gevraagd om te mogen koken in een ruimte op het AZC en hem door deze medewerkers werd meegedeeld dat de ruimte bezet was en dat eiser even moest wachten, de ruimte toch betreden. Eiser is vervolgens begonnen met koken terwijl twee medebewoners, beide vrouwen, daar nog aan het koken en douchen waren. Volgens deze medebewoners heeft eiser zich agressief gedragen en bedreigende taal geuit, waarop zij de hulp van medewerkers van Trigion hebben ingeroepen. Toen deze arriveerden stelde eiser zich ook bedreigend op naar hen toe en beschuldigde hij hen van leugens. Eiser weigerde het gesprek met hen aan te gaan en kreeg van hen de opdracht om zijn kookspullen uit de ruimte te halen. Eiser weigerde dit, waarop de twee medebewoners de pannen van eiser aan hem terug wilden geven. Eiser heeft vervolgens beide pannen – een pan met uien en een pan met kokend water – in de richting van de medebewoners gegooid. Daarna pakte eiser een schilmes dat door hem zichtbaar werd vastgehouden. Eiser keerde vervolgens terug naar zijn eigen woon-unit. Daarbij begon hij COa-medewerkers te filmen die naar een kantoor gingen. Gelet hierop stelt verweerder dat door het gedrag van eiser overlast van grote impact is ontstaan. Daarom heeft verweerder bij het bestreden besluit aan eiser de maatregel opgelegd dat met ingang van 10 november 2025 alle verleende verstrekkingen voor een periode van twee weken worden ingehouden. Verder wordt eiser gedurende deze periode de toegang tot het AZC Winterswijk ontzegd en wordt hij overgeplaatst naar een time-out locatie, het AZC Zutphen, waar hij zorg in natura ontvangt.
6.2
Eiser stelt dat de maatregel onrechtmatig is opgelegd, omdat hij niemand heeft bedreigd en op geen enkel moment verbaal of fysiek agressief is geweest. Daarbij stelt eiser dat de medewerkers van Trigion onprofessioneel met hem zijn omgegaan en zijn uitleg van de gebeurtenissen niet serieus hebben genomen. Eiser stelt dat het juist de twee medebewoners zijn geweest die zich agressief en bedreigend naar hem opstelden. Verder was eiser overstuur geraakt, omdat hij zijn eigen spullen niet uit de kookruimte mocht meenemen en de deur naar die ruimte op slot werd gedaan. Daarom begon eiser als gevolg van frustratie en gevoel van onrecht te roepen.
Is de maatregel terecht opgelegd?
7. De rechtbank ziet in de enkele stelling van eiser dat hij op geen enkel moment verbaal of fysiek agressief is geweest geen aanleiding om te twijfelen aan hetgeen in het incidentenverslag en het verslag van het ‘gesprek feiten onderzoek’ is opgenomen omtrent de gebeurtenissen op 9 november 2025. Eiser heeft de juistheid van zijn weergave van het incident op geen enkele wijze onderbouwd. Daarbij wijst de rechtbank erop dat eiser geen getuigenverklaringen heeft overgelegd, terwijl hij wel stelt dat er getuigen bij het incident aanwezig waren die zijn versie van het incident zouden kunnen bevestigen. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat – nu eiser twee pannen in de richting van twee medebewoners heeft gegooid en zichtbaar een schilmes in zijn handen heeft gehad en daarnaast dreigende taal heeft geuit naar de medewerkers van Trigion – reeds daarom aan het incident de kwalificatie ‘grote impact’ kan worden gekoppeld. Daaronder wordt volgens het Maatregelenbeleid van verweerder onder meer begrepen ‘gedrag met als doel de ander te bedreigen of fysieke schade toe te brengen’ en daar is sprake van. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat blijkens het procesdossier in het verleden sprake is geweest van meerdere incidenten waarbij aan eiser een maatregel is opgelegd. De rechtbank is daarom van oordeel dat de aan eiser opgelegde ROV-6 maatregel passend is bij deze kwalificatie. Eiser heeft verder niet onderbouwd waarom de opgelegde maatregel desondanks in dit geval disproportioneel zou zijn.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, rechter, in aanwezigheid van
M.J. Kambeel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Reglement Onthoudingen Verstrekkingen.
2.Zie het Maatregelenbeleid COa van 6 mei 2025, pagina 8.
3.Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.
4.Zie artikel 10, eerste lid, aanhef en onder h en i, van de Rva.
5.Zie artikel 11, eerste lid, van de Rva.
6.Beveiliging en veiligheid.