ECLI:NL:RBDHA:2026:9046
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. van Veelen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing spoedverzoek verblijf in Nederland tijdens bezwaarprocedure mvv-vereiste
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid, omdat zij niet over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) beschikt. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat zij in Nederland kan blijven totdat het bezwaar is behandeld.
De minister betwistte het spoedeisend belang, omdat het vertrek naar Spanje vrijwillig zou zijn en verzoekster niet gedwongen wordt mee te werken. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat er wel een spoedeisend belang is, omdat niet meewerken aan de overdracht kan leiden tot inbewaringstelling, wat het vrijwillige karakter aantast.
De voorzieningenrechter toetste de belangenafweging van de minister op grond van artikel 8 EVRM Pro en concludeerde dat de minister alle relevante feiten heeft meegewogen en dat de belangenafweging niet onredelijk is. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat er geen bijzondere persoonlijke omstandigheden zijn die het mvv-vereiste onevenredig maken.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om verblijf in Nederland te mogen afwachten tijdens de bezwaarprocedure werd afgewezen.