Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ingediend op 3 mei 2025. De minister heeft de beslistermijn van zes maanden overschreden, ondanks een ingebrekestelling op 12 december 2025. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een nader gehoor moet afnemen over de asielmotieven van eiseres en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 2 april 2026.