ECLI:NL:RBDHA:2026:902

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
NL25.36120
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig besluit asielaanvraag onder besluitmoratorium Syrië

Eiser diende op 5 augustus 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 23 juli 2024. De rechtbank beoordeelde het beroep buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.

De wettelijke beslistermijn voor asielaanvragen bedraagt zes maanden, wat in deze zaak zou eindigen op 23 januari 2025. Echter, vanwege het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium voor Syriërs, dat liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, was de beslistermijn opgeschort en hervatte deze pas op 14 juni 2025. Hierdoor eindigde de beslistermijn op 23 juli 2025.

De ingebrekestelling werd op 8 juli 2025 ingediend, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Volgens artikel 6:12, tweede lid, Awb kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken. Daarom oordeelde de rechtbank dat het beroep prematuur was en verklaarde het niet-ontvankelijk.

Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 20 januari 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard omdat het prematuur was ingediend tijdens het besluitmoratorium.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.36120

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

[V-nummer]
(gemachtigde: mr. D. de Heuvel),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

Eiser heeft op 5 augustus 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 23 juli 2024.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw moet er binnen zes maanden op een asielaanvraag worden beslist. De beslistermijn zou daarom op 23 januari 2025 eindigen.
3. Op de asielaanvraag van eiser is het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium [1] van toepassing. Eiser stelt namelijk dat hij de Syrische nationaliteit heeft. Ook heeft verweerder nog geen besluit genomen op de asielaanvraag en is de asielaanvraag ingediend vóór 14 juni 2025. Verder is niet gebleken dat eiser viel onder één van de in artikel 4 van Pro het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium [2] genoemde categorieën die uitgesloten zijn van de werking van het besluitmoratorium. Het gevolg is dat de beslistermijn was opgeschort voor de duur van het besluitmoratorium. Dit was van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025. De wettelijke beslistermijn is daarom hervat op 14 juni 2025. De beslistermijn eindigt daarom 23 juli 2025.
4. Dat betekent dat op het moment van indiening van de ingebrekestelling op 8 juli 2025 de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 20 januari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 11 december 2024, nummer 5987202, tot het instellen van een besluitmoratorium en vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië, Staatscourant 2024, 41538.
2.Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 11 december 2024, nummer 5987202, tot het instellen van een besluitmoratorium en vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië, Staatscourant 2024, 41538.