ECLI:NL:RBDHA:2026:8946
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 10 maart 2026 behandeld en beoordeelt dat Nederland terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen, aangezien Oostenrijk het verzoek tot terugname heeft aanvaard. Eiser voerde aan dat de verlenging van de overdrachtstermijn in de procedure van zijn echtgenote onrechtmatig was en dat het non-refoulementbeginsel van toepassing is vanwege eerdere afwijzingen in Oostenrijk.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De procedure van de echtgenote is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor deze geen invloed heeft op de aanvraag van eiser. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Oostenrijk, en eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in het Oostenrijkse asiel- en opvangsysteem. De rechtbank gaat daarom niet in op het non-refoulementverweer.
De asielaanvraag van eiser is terecht niet in behandeling genomen en hij krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft niet in behandeling.