ECLI:NL:RBDHA:2026:8945
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen niet in behandeling nemen opvolgende asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiseres heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de minister niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eerder was al een overdrachtsbesluit genomen en bevestigd door de rechterlijke instanties.
De rechtbank heeft het beroep op 10 maart 2026 behandeld en beoordeelt dat de minister het feit dat de echtgenoot van eiseres inmiddels in Nederland asiel heeft aangevraagd, voldoende heeft meegewogen. De rechtbank oordeelt dat het besluit niet prematuur is genomen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Oostenrijk niet is doorbroken.
Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in het Oostenrijkse asiel- en opvangsysteem die een uitzondering op het vertrouwensbeginsel rechtvaardigen. Ook het beroep op het non-refoulementbeginsel wordt niet gevolgd omdat het Hof van Justitie van de EU heeft bepaald dat dit niet kan worden getoetst zonder aanwijzingen voor systeemfouten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.