ECLI:NL:RBDHA:2026:8944
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening wegens onderduiken
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de overdrachtstermijn te verlengen op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening vanwege onderduiken. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 10 maart 2026. De rechtbank heeft het beroep van verzoekster niet-ontvankelijk verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet noodzakelijk is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep niet-ontvankelijk is verklaard.