Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8928

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
09/274788-25
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 57 SrArt. 1a WED
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor meerdere keren pseudokoop en bezit van professioneel vuurwerk en vervaardigingsmiddelen

De rechtbank Den Haag heeft op 13 april 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van het meerdere malen overdragen van professioneel vuurwerk aan pseudokopers van de politie, het opslaan van grote hoeveelheden professioneel vuurwerk in een kelderbox en het voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen voor het vervaardigen van professioneel vuurwerk.

Tijdens de terechtzitting op 30 maart 2026 heeft de verdachte bekend en is het bewijs, bestaande uit diverse proces-verbalen en verklaringen, als wettig en overtuigend beoordeeld. De feiten betreffen onder meer het opzettelijk ter beschikking stellen van honderden stuks professioneel vuurwerk, waaronder knalvuurwerk, shells, vuurpijlen en zelf geïmproviseerd vuurwerk, alsmede het bezit van gevaarlijke stoffen zoals kaliumnitraat en kaliumperchloraat.

De rechtbank acht de feiten ernstig vanwege de risico's die professioneel vuurwerk met zich meebrengt, zoals gevaar voor lichamelijk letsel en gebruik in het criminele circuit. De verdachte heeft ondanks eerdere aanhouding door de politie doorgegaan met zijn handelen. Gelet op de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het reclasseringsadvies, is een gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd, waarvan zes maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden gericht op behandeling en gedragsbeheersing.

De voorlopige hechtenis van de verdachte is geschorst en blijft geschorst vanwege het risico op recidive. De rechtbank heeft tevens de strafbladgegevens en het reclasseringsadvies meegewogen bij de strafoplegging.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige economische kamer
Parketnummer: 09/274788-25
Datum uitspraak: 13 april 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [BRP-adres] ,
verblijfadres: [verblijfadres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 30 maart 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. W. Noort en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. M. van Stratum naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, waarvan de tekst als
bijlage Iaan dit vonnis is gehecht.
Kort en zakelijk weergegeven is de verdenking dat hij
  • op 15 oktober 2025 professioneel vuurwerk aan een pseudokoper van de politie heeft overgedragen (feit 1) en hoeveelheden professioneel vuurwerk in een kelderbox van zijn verblijfadres heeft opgeslagen (feit 2),
  • in de periode van 16 juli 2025 tot en met 13 augustus 2025 tweemaal professioneel vuurwerk aan een pseudokoper van de politie heeft overgedragen (feit 3); en
  • op 13 augustus 2025 diverse voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad om het vervaardigen van professioneel vuurwerk voor te bereiden (feit 4).

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Opgave van bewijsmiddelen
De rechtbank zal voor de feiten met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft deze bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.
De officier van justitie heeft met betrekking tot deze feiten eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het “Einddossier” van het onderzoek SOLERO25 met proces-verbaal nummer PL1500-2025347350 en het onderzoek SPYKER/EASTON met proces-verbaalnummer PL1500-2025238969, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 4 t/m 816) en van het “Proces-verbaal voorgeleiding” van het onderzoek SPYKER/EASTON met proces-verbaalnummer PL1500-2025238969, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 133).
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
Ten aanzien van feiten 1 t/m 4:
1.
De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 30 maart 2026;
Ten aanzien van feit 1 voorts:
1.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 15 oktober 2025 (p. 167 t/m 168, einddossier);
2.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 15 oktober 2025 (p. 169 t/m 170, einddossier);
3.
Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, opgemaakt op 29 januari 2026 (p. 426 t/m 435, inclusief bijlage p. 473 t/m 480, einddossier);
Ten aanzien van feit 2 voorts:
1.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 16 oktober 2025 (p. 172 t/m 175, einddossier);
2.
Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, opgemaakt op 23 oktober 2025 (p. 436 t/m 472, inclusief bijlage p. 473 t/m 480, einddossier);
Ten aanzien van feit 3 voorts:
1.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 17 juli 2025 (p. 44 t/m 49, proces-verbaal voorgeleiding);
2.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 13 augustus 2025 (p. 54 t/m 57, inclusief bijlagen p. 58 t/m 62, proces-verbaal voorgeleiding);
3.
Het proces-verbaal van inbeslaggenomen vuurwerk, opgemaakt op 1 augustus 2025 (p. 96 t/m 112, proces-verbaal voorgeleiding);
Ten aanzien van feit 3 en feit 4 voorts:
1.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 14 augustus 2025 (p. 113 t/m 120, proces-verbaal voorgeleiding);
Ten aanzien van feit 4 voorts:
1.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 14 augustus 2025 (p. 90 t/m 93, proces-verbaal voorgeleiding);
2.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 14 augustus 2025 (p. 121 t/m 133, proces-verbaal voorgeleiding).
3.2.
De bewezenverklaring
De rechtbank is met betrekking tot de ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
1
hij op 15 oktober 2025 te ‘s-Gravenhage, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten 300 stuks knalvuurwerk (DumBum), aan een pseudokoper van de politie ter beschikking heeft gesteld en voorhanden heeft gehad;
2
hij op 15 oktober 2025 te ‘s-Gravenhage, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- 260 stuks knalvuurwerk (Dumbum 5g) en
- 6 stuks Shells en
- 46 stuks vuurpijlen (Signalrakete en/of Bombenrakete)
en
- 5 stuks enkelschotsbuizen (TI salute mit tremolantschweif),
heeft opgeslagen en voorhanden gehad in een kelderbox behorend bij de
woning aan de
[verblijfadres];
3
hij in de periode van 16 juli 2025 tot en met 13 augustus 2025 te ‘s-Gravenhage, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- (16 juli 2025) 10 stuks Shells en
- (13 augustus 2025) 8 stuks geïmproviseerd vuurwerk (kokers met kruit, lijst IV),
aan een pseudokoper van de politie ter beschikking heeft gesteld en voorhanden
gehad;
4
hij op 13 augustus 2025 te
‘s-Gravenhage,opzettelijk ten einde een handeling als bedoeld in artikel 1.2.2 eerste en het vierde lid van het Vuurwerkbesluit, te weten het vervaardigen van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik (lid 1) en het vervaardigen van vuurwerk dat niet voldoet aan het gestelde bij of krachtens het Vuurwerkbesluit, voor te bereiden en/of te bevorderen, stoffen en voorwerpen, te weten
- een hoeveelheid zwavel, aluminiumpoeder, gemalen houtskool, houtskool/kruit,
hoeveelheden kaliumnitraat, kaliumperchloraat, dextrine,
hoeveelheden flitspoeder, en
- kokers en lonten, en
- zeven en maatschepjes en een weegschaal,
voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat die stoffen en voorwerpen bestemd waren tot het verrichten van die handelingen.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandeling, het zich moeten inspannen voor het vinden en behouden van een dagbesteding en het meewerken aan beheersing van en controles op zijn middelengebruik.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de verdachte een lagere straf moet worden opgelegd dan geëist door de officier van justitie, mede gelet op de straffen die in vergelijkbare straffen worden opgelegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdediging acht het van groot belang dat de verdachte niet terugkeert naar de gevangenis en heeft voorgesteld om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk is aan de duur van het voorarrest en/of een taakstraf op te leggen. Daarnaast heeft de verdediging verzocht om de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich tot drie keer toe schuldig gemaakt aan het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk aan een undercoveragent, het opslaan van een aanzienlijke hoeveelheid professioneel vuurwerk in de kelderbox van zijn vader en het voorhanden hebben van diverse stoffen en voorwerpen waarmee hij zelf geïmproviseerd vuurwerk maakte.
Het is algemeen bekend dat vuurwerk een gevaar kan opleveren voor de samenleving. Dat geldt zeker voor professioneel vuurwerk, dat een substantieel zwaardere of explosievere lading bevat dan het vuurwerk dat aan consumenten verkocht mag worden. Het afsteken van professioneel vuurwerk door particulieren brengt grote risico’s mee, zoals ernstige gehoorbeschadiging, zwaar lichamelijk letsel of zelfs overlijden. Daarnaast wordt dit soort vuurwerk regelmatig gebruikt in het criminele circuit, voor aanslagen en ontploffingen. Door dit vuurwerk doelbewust meerdere keren aan te bieden en te verkopen, zelfs nadat verdachte al eerder door de politie was aangehouden, heeft de verdachte opzettelijk het risico genomen dat de genoemde gevaren zich zouden verwezenlijken en dat het vuurwerk mogelijk voor criminele doeleinden zou worden gebruikt.
De verdachte heeft daarnaast een buitengewoon gevaarlijke situatie gecreëerd voor omwonenden van de woning van zijn vader, door in de kelderbox een aanzienlijke hoeveelheid professioneel vuurwerk - midden in een woonwijk en niet op de voorgeschreven wijze - te bewaren. Bovendien bevonden zich onder de in de kelderbox aangetroffen goederen diverse door de verdachte zelf geïmproviseerde stuks vuurwerk. Door zonder de daartoe bestemde kennis en ervaring en met alle gevaren van dien zelf vuurwerk te vervaardigen en aan te bieden, heeft de verdachte onaanvaardbare risico’s genomen en de algemene veiligheid van personen en goederen ernstig in gevaar gebracht. De rechtbank rekent de verdachte dit alles dan ook zwaar aan.
Het is niet voor niets dat strenge regels gelden voor het omgaan met zwaar professioneel vuurwerk. Met die regels wordt beoogd te voorkomen dat gevaarlijke situaties ontstaan met kans op (ernstig) letsel bij anderen of schade aan de omgeving. Bij ontploffing van dit soort vuurwerk zijn de gevolgen niet te overzien. Daarom staan er hoge straffen op het opslaan en ter beschikking stellen aan anderen van zwaar professioneel vuurwerk.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 3 maart 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 13 maart 2026. De reclassering adviseert bij een veroordeling het volwassenstrafrecht toe te passen en aan de verdachte een straf met bijzondere voorwaarden op te leggen. De reclassering ziet risicofactoren in het feit dat de verdachte impulsief gedrag vertoont, spanningsbehoefte heeft (hetgeen past bij ADHD), onvoldoende sturing krijgt in zijn gedrag en zich begeeft in een netwerk waarin het gebruik van vuurwerk is genormaliseerd. Daarnaast is er bij verdachte sprake van cannabisgebruik dat om monitoring en een interventie binnen de behandeling vraagt. De reclassering schat het risico op recidive en letsel in als gemiddeld en het risico op onttrekking aan eventuele voorwaarden als laag.
Straf
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Bij haar beslissing over de hoogte daarvan heeft de rechtbank gekeken naar gevangenisstraffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd.
Gelet daarop zal de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf van twaalf maanden opleggen, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, namelijk een meldplicht, een ambulante behandeling, het zich moeten inspannen voor het vinden en behouden van een dagbesteding en het meewerken aan beheersing van en controles op zijn middelengebruik.
De rechtbank heeft met oplegging van deze straf enerzijds tot doel de ernst van de gepleegde feiten tot uitdrukking te laten komen, gelet in het bijzonder op de grote hoeveelheid en zwaarte van het professionele vuurwerk, de frequentie waarmee de verdachte het vuurwerk te koop aanbood en het feit dat hij zich niet heeft laten tegenhouden door een eerdere aanhouding door de politie en het gevaarzettende karakter van zijn handelingen. Anderzijds beoogt de rechtbank de verdachte, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden, de kans te bieden door middel van hulpverlening te werken aan zijn problematiek en hem op die manier ervan te weerhouden opnieuw de fout in te gaan.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 30 oktober 2025 geschorst. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het geschorste bevel dient te worden opgeheven of dat voortduring van de schorsing op zijn plaats is.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment nog steeds sprake is van gevaar voor recidive. Dit gevaar vloeit voort uit de door de reclassering geschetste risicofactoren die een grote rol hebben gespeeld in het plegen van de strafbare feiten en het feit dat de verdachte, ondanks een eerdere aanhouding door de politie voor het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk, door is gegaan met het plegen van deze strafbare feiten.
De rechtbank is van oordeel dat de reeds geldende schorsingsvoorwaarden ook op dit moment aangewezen zijn en zal derhalve geen beslissing nemen over de voorlopige hechtenis, waardoor de schorsing van de verdachte (met bijbehorende voorwaarden) van rechtswege zal voortduren.

7.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 1 a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;
- 9.2.2.1 Wet milieubeheer;
- 1.2.2 Vuurwerkbesluit.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8.De beslissing

De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.2 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan (artikel 1.2.2 eerste lid van het Vuurwerkbesluit);
ten aanzien van feit 2:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan (artikel 1.2.2 eerste lid van het Vuurwerkbesluit);
ten aanzien van feit 3:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan (artikel 1.2.2 eerste lid van het Vuurwerkbesluit), meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 4:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan (artikel 1.2.2 vijfde lid van het Vuurwerkbesluit);
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot
6 (zes) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 3 (
drie) jarenvastgestelde
proeftijdniet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
Meldplicht
- zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen vijf werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij GGZ Reclassering Fivoor op het adres Johanna Westerdijkplein 40 te Den Haag;
Ambulante behandeling
- zich gedurende de proeftijd of zoveel korter als mogelijk laat behandelen door Fivoor Ambulant Centrum of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zo snel mogelijk. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, en/of andere problematiek. Onderdeel van de behandeling kan zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
Dagbesteding
- zich inspant voor het vinden en behouden van een opleiding en/of betaald werk, met een vaste structuur;
Beheersing middelengebruik
- gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en/of verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en/of lijst II (softdrugs) en/of middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek en ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
geeft opdracht aan GGZ Reclassering Fivoor tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A. Tsjapanova, voorzitter,
mr. G.P. Verbeek, rechter,
mr. G. Kuijper, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. C.B. Pluim en mr. A.C. Veltink, griffiers,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 april 2026.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
1
(ONDERZOEK SOLERO)
hij op of omstreeks 15 oktober 2025 te ‘s-Gravenhage, althans in Nederland,
opzettelijk,
professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- 300 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk (DumBum)
aan een pseudokoper van de politie ter beschikking heeft gesteld en voorhanden
heeft gehad;
2
(ONDERZOEK SOLERO)
hij op of omstreeks 15 oktober 2025 te ‘s-Gravenhage, althans in Nederland,
opzettelijk,
professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- 260 stuks, althans een of meer stuks, knalvuurwerk (Dumbum 5g) en/of
- 6 stuks, althans een of meer stuks, Shells en/of
- 46 stuks, althans een of meer stuks, vuurpijlen (Signalrakete en/of Bombenrakete)
en/of
- 5 stuks, althans een of meer stuks, enkelschotsbuizen (TI salute mit
tremolantschweif)
heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad in een kelderbox behorend bij de
woning aan de Loevestijnlaan 317;
3
(ONDERZOEK EASTON/SPYKER)
hij in of omstreeks de periode van 16 juli 2025 tot en met 13 augustus 2025 te
‘s-Gravenhage, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk,
professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- (16 juli 2025) 10 stuks, althans een of meer stuks, Shells en/of
- (13 augustus 2025) 8 stuks geïmproviseerd vuurwerk (kokers met kruit, lijst IV)
aan een pseudokoper van de politie ter beschikking heeft gesteld en voorhanden
heeft gehad;
4
(ONDERZOEK EASTON/SPYKER)
hij op of omstreeks 13 augustus 2025 te ‘s Gravenhage, in elk geval te Nederland,
opzettelijk ten einde een handeling als bedoeld in artikel 1.2.2 eerste en/of het
vierde lid van het Vuurwerkbesluit, te weten
het vervaardigen van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik (lid
1) en/of
het vervaardigen van vuurwerk dat niet voldoet aan het gestelde bij of krachtens het
Vuurwerkbesluit,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
een of meer stoffen en/of voorwerpen, te weten
- een hoeveelheid zwavel, aluminiumpoeder, gemalen houtskool, houtskool/kruit,
een of meer hoeveelheden kaliumnitraat, kaliumperchloraat, dextrine, een of meer
hoeveelheden flitspoeder, en/of
- een of meer kokers en/of lonten, en/of
- een of meer zeven en/of maatschepjes en/of een weegschaal
voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat
die stoffen en/of voorwerpen bestemd waren tot het verrichten van die
handeling(en).