Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8921

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
NL25.62791 en NL25.62792
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vw 2000Art. 30b Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid

Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 2 december 2025 een opvolgende asielaanvraag in met het motief dat zijn homoseksuele gerichtheid sterker was geworden en dat hij een nieuwe vriend had. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 14 december 2025 af als kennelijk ongegrond, omdat eiser zijn seksuele gerichtheid onvoldoende had onderbouwd en zijn verklaringen niet samenhangend en aannemelijk waren.

De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 26 februari 2026. Ondanks het ontbreken van een tolk en de afwezigheid van zijn gemachtigde, verscheen eiser zelf op de zitting en communiceerde in het Engels. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig achtte, maar dat de homoseksuele gerichtheid niet geloofwaardig was vanwege summiere en tegenstrijdige verklaringen, ongerijmdheden over de relatie met zijn nieuwe vriend en het ontbreken van bewijs.

De rechtbank concludeerde dat de gronden van eiser onvoldoende waren om het bestreden besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter D. Biever en griffier M.E. Jans op 12 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.62791 en NL25.62792
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , v-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.E. van der Burg).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.
1.1.
Eiser heeft op 2 december 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 14 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 26 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder. Voorafgaand aan de zitting heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat eiser en gemachtigde niet op zitting zouden verschijnen. Eiser heeft daags voor de zitting zelf contact opgenomen met de rechtbank om te laten weten dat hij de zitting wél wenste bij te wonen en dat hij geen contact kan krijgen met zijn gemachtigde. Eiser is vervolgens zonder zijn gemachtigde op zitting verschenen. Als gevolg van deze gang van zaken is er geen tolk aanwezig geweest op zitting. Met toestemming van eiser heeft de behandeling van de zaak toch plaatsgevonden en is er met eiser gecommuniceerd in het Engels.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1991 en heeft de Gambiaanse nationaliteit. Eiser heeft eerder in september 2020 een asielaanvraag ingediend. Aan zijn opvolgende aanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is, dat zijn gevoelens voor mannen sterker zijn geworden sinds zijn vorige asielaanvraag en dat hij een nieuwe vriend heeft.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bestaat volgens verweerder uit twee asielmotieven:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. eiser valt (ook) op mannen.
3.1.
Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Verweerder vindt niet geloofwaardig dat eiser (ook) op mannen valt. [1] Eiser heeft zijn aanvraag niet met stukken onderbouwd en zijn verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend omdat hij sterkere gevoelens zou hebben ontwikkeld, maar kan deze gevoelens niet beschrijven. Hij heeft enkel met oppervlakkige verklaringen uitgelegd hoe zijn gevoelens voor mannen sterker zijn geworden sinds zijn vorige aanvraag. Ook over de relaties die eiser in Nederland heeft gehad en over zijn nieuwe vriend [naam] heeft eiser summier verklaard. Verder heeft eiser ongerijmd verklaard over de datum waarop hij [naam] heeft ontmoet. Ten slotte vindt verweerder het ongerijmd dat eiser heeft verklaard dat hij ontdekte op mannen te vallen toen hij [naam] ontmoette, terwijl hij in zijn vorige asielprocedure heeft verklaard al eerder, mogelijk zelfs in 2014, al gevoelens te hebben gehad voor mannen. Verweerder heeft eisers aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. [2]
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig is. Hij heeft duidelijk verklaard over zijn oprechte gevoelens over [naam] en is evident verliefd. Eiser heeft een relatie met [naam] .
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat de gestelde homoseksuele gerichtheid van eiser niet geloofwaardig is. Verweerder heeft daarbij terecht betrokken dat eiser een opvolgende asielaanvraag heeft ingediend omdat hij sterkere gevoelens zou hebben ontwikkeld, of meer in zijn seksuele gerichtheid zou zijn gegroeid, maar vervolgens die gevoelens niet heeft kunnen beschrijven. Eiser heeft ook geen inzicht kunnen bieden in de beleving van zijn homoseksuele gerichtheid. Verweerder heeft ook mogen tegenwerpen dat eiser over zijn relatie met [naam] weinig heeft kunnen verklaren, zowel ten aanzien van zijn gevoelens voor [naam] als ten aanzien van de (persoons)gegevens van [naam] en de omstandigheden waarin zij elkaar hebben ontmoet. De gronden die eiser in beroep heeft ingebracht zijn summier en niet onderbouwd en kunnen om die reden niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond.
7. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Jans, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
2.Op grond van artikel 30b, eerste lid, onder g, van de Vw 2000.