Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8920

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
NL25.58815
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing kennelijk ongegronde aanvraag

Verzoekster heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 28 november 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.

Op 17 februari 2026 heeft de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening samen met het beroep behandeld, waarbij verzoekster werd bijgestaan door een tolk en een gemachtigde. De voorzieningenrechter heeft op 13 april 2026 uitspraak gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waarmee de beslissing definitief is.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak doet op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.58815

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster,

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: N. Mikolajczyk).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft een asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 28 november 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster heeft hiertegen beroep [1] ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De rechtbank heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 17 februari 2026 samen met het beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres (bijgestaan door een tolk), de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep.
Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL25.58814