ECLI:NL:RBDHA:2026:8906
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na niet-tijdige beslissing minister
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 12 december 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Op grond van de Awb en het Besluit Proceskosten bestuursrecht werd het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.
De rechtbank hanteerde een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak en kende een vergoeding toe van €467,-. Tevens werd het verzoek om vrijstelling van griffierecht vanwege betalingsonmacht toegewezen. De minister is niet gehouden het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van €467,- aan proceskosten na niet-tijdige beslissing.