ECLI:NL:RBDHA:2026:8900
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet-tijdig beslissen asielaanvraag Syriër
Eiser heeft op 14 mei 2024 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft op grond van de Dublinverordening onderzocht of een andere lidstaat verantwoordelijk was en verzocht Bulgarije om terugname, wat werd geweigerd. Op 4 juli 2024 werd Nederland verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag.
Vanwege het Syrië-moratorium, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de minister uiterlijk op 4 januari 2026 moest beslissen. Eiser stelde de minister op 9 oktober 2025 in gebreke, maar dit was te vroeg omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling niet aan de wettelijke vereisten voldoet en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.