ECLI:NL:RBDHA:2026:890

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
NL25.35910
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N. Meesters - van Luijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 8 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en gebrek aan bewijs politieke vervolging

Eiser diende op 31 januari 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister op 8 juli 2025 als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 15 december 2025 en oordeelde dat het beroep ongegrond is.

Eiser stelde dat hij in China problemen kreeg vanwege het uitschelden van de politie op WeChat en dat hij lid is van de China Democracy Party (CDP), met deelname aan demonstraties in Nederland. De minister betwijfelde de geloofwaardigheid van het relaas, met name vanwege het late vertrek uit China, het ontbreken van documenten en het gebrek aan concrete bewijs van politieke betrokkenheid of vervolging.

De rechtbank vond dat de minister terecht oordeelde dat het verhaal van eiser niet samenhangend en aannemelijk was. De legale uitreis en het verkrijgen van een paspoort ondermijnden de geloofwaardigheid. Ook was onvoldoende onderbouwd dat eiser daadwerkelijk een prominente rol had binnen de CDP of dat hij gevaar liep bij terugkeer.

De rechtbank zag geen reden om het beroep aan te houden voor prejudiciële vragen en oordeelde dat de minister de geloofwaardigheid zorgvuldig had beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.35910

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

V-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. E. Ebes),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: B.H. Wezeman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit waarin zijn asielaanvraag is afgewezen. Eiser heeft op 31 januari 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 8 juli 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
2. De rechtbank heeft het beroep op 15 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

3. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit mede aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
5. Eiser heeft verklaard dat hij in China problemen heeft ondervonden, omdat hij de politie heeft uitgescholden op WeChat. Eiser heeft dat gedaan, omdat hij het niet eens was met de behandeling van de zaak van zijn moeder die geen schadevergoeding kreeg na een verkeersongeluk. Vervolgens heeft eiser zich hiervoor in oktober 2018 en in februari 2020 moeten melden op het politiebureau, waar hij in een verhoorkamer moest zitten wachten. In de periode oktober 2018 tot begin 2021 heeft de politie eiser herhaaldelijk en met hoge frequentie gebeld om te controleren of hij thuis was. Eiser heeft China in augustus 2022 verlaten. Na zijn aankomst in januari 2023 in Nederland is eiser lid geworden van de CDP [1] en heeft hij drie keer deelgenomen aan een demonstratie. Eiser vreest dat hij bij terugkeer direct bij aankomst op het vliegveld zal worden opgepakt door de Chinese autoriteiten.
Het bestreden besluit
6. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser worden door de minister geloofwaardig geacht. Het uitschelden van de politie en de daaruit voortvloeiende problemen zijn volgens de minister niet geloofwaardig. De verklaringen van eiser vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel en zijn vaag. Door eiser is zijn asielaanvraag niet zo spoedig als mogelijk ingediend. De minister vindt het contact met de CDP geloofwaardig, maar werpt eiser tegen dat er geen concreet bewijs is dat hij daadwerkelijk actief betrokken is bij deze politieke beweging of dat zijn lidmaatschap hem blootstelt aan gevaar voor de Chinese autoriteiten. De minister ziet geen indicatie van iemand die politiek gedreven is en wijst er op dat eiser vrijwel niets blijkt te weten over de partij. Uit de door eiser overgelegde foto’s en verklaringen over demonstraties blijkt niet dat hij een prominente rol heeft gehad. Eiser heeft de vrees voor arrestatie bij terugkeer naar China niet aannemelijk gemaakt. De minister wijst de aanvraag af als kennelijk ongegrond.
De gronden van beroep
7. Eiser heeft aangevoerd dat het onderzoek van de minister niet volledig is geweest, omdat er tijdens het nader gehoor geen onderzoek is gedaan naar de demonstraties waar eiser in Nederland aan heeft deelgenomen. Onder verwijzing naar het arrest S en A van het Hof van Justitie [2] betoogt eiser dat de minister onvoldoende waarde heeft gehecht aan de door hem genoemde politieke overtuiging. Voldoende is dat hij heeft verklaard die opvatting, gedachte of mening te hebben of te uiten. De bewijsvoering die de minister met betrekking tot de geloofwaardigheid aan eiser oplegt vindt hij disproportioneel. Eiser voert aan dat het niet kunnen voldoen aan alle vijf de voorwaarden bij de geloofwaardigheidsbeoordeling niet persé het sluitstuk van die beoordeling vormt. Het antwoord op de door de rechtbank Roermond in dit kader gestelde prejudiciële vragen moet door de minister worden afgewacht ter voorkoming van schending van het refoulement verbod. Eiser voert aan dat hij als gevolg van de vrijheidsbeperkende strafmaatregelen en de bewegingsbeperkingen tijdens de coronapandemie verschoonbaar pas lang na het ontstaan van de problemen is gevlucht. Niet valt in te zien dat eiser in de tussentijd had moeten proberen onder te duiken. Eiser heeft zich bij aankomst in Nederland laten informeren door Pieters advocaten. Eiser stelt zich op het standpunt dat van hem daarom en vanwege de taalbarrière niet meer kan worden verwacht.

Beoordeling door de rechtbank

8. De rechtbank ziet geen reden om het antwoord op de prejudiciële vragen af te wachten en de zaak aan te houden. [3]
9. Over de geloofwaardigheid van het asielrelaas overweegt de rechtbank als volgt.
9.1
De minister stelt zich op het standpunt dat de problemen vanwege het uitschelden van de politie niet geloofwaardig zijn. De minister werpt eiser daarbij niet langer tegen dat hij geen documenten heeft ingebracht ter onderbouwing van zijn relaas. Dit laat onverlet dat er geen documenten zijn overgelegd. De beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas is daarmee (nog steeds) volledig afhankelijk van de verklaringen die eiser heeft afgelegd.
9.2
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel zijn. De minister heeft in dat kader aan eiser tegen kunnen werpen dat hij pas heel lang na de gestelde problemen is weggevlucht uit China. Eiser heeft verklaard dat het incident met zijn moeder in augustus 2018 heeft plaatsgevonden, terwijl hij China in augustus 2022 heeft verlaten. Na het incident heeft eiser zijn dagelijkse leven grotendeels ongestoord voortgezet. Eiser heeft China op legale wijze en zonder belemmeringen verlaten. Voor zijn uitreis heeft eiser nog een nieuw paspoort aangevraagd en gekregen, terwijl de afgifte daarvan geen vanzelfsprekendheid is. [4] Voor de verkrijging van het paspoort was namelijk een brondocument van de plaatselijke Hukou-politie nodig. Daarnaast was de afgifte van paspoorten in die periode, als gevolg van de coronapandemie, sterk ingeperkt en werd een paspoort alleen afgegeven als het doel van de reis volgens de Chinese autoriteiten noodzakelijk was. Bovendien is in het ambtsbericht vermeld dat er, naar verluidt, bij de afgifte van het paspoort is gecontroleerd of eiser wordt gezocht door de Chinese autoriteiten. De minister heeft zich dan ook niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verkrijging van het paspoort en de legale uitreis afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiser.
9.3
De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser vaag verklaart over wat hij precies tegen de Chinese autoriteiten heeft gezegd of gedaan. Onduidelijk is welke specifieke uitlatingen eiser heeft gedaan, wat de autoriteiten van hem verlangden, welke gevolgen het beledigen van de politie volgens hen had en welke maatregelen er genomen zouden zijn. Hoewel dit door de minister niet langer wordt tegengeworpen, is er door eiser niets ingebracht ter onderbouwing van zijn verklaringen. Dat maakt dat er niet meer is dan voornoemde vage verklaringen.
9.4
De rechtbank ziet in het in beroep gevoerde betoog geen aanleiding te oordelen dat de geloofwaardigheid door de minister niet goed is beoordeeld.
10. Met betrekking tot het standpunt van de minister dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling van de Chinese autoriteiten is komen te staan en hij te vrezen heeft voor vervolging overweegt de rechtbank als volgt.
10.1
De minister is in het besluit ingegaan op het hiervoor genoemde arrest S en A en heeft in het besluit uiteengezet dat er bij de beoordeling is gekeken in hoeverre eiser betrokken is bij een politieke beweging, welke taken hij heeft, op welke manier hij zijn opvattingen heeft geuit en of de autoriteiten in het land van herkomst op de hoogte zijn van zijn uitingen. De minister heeft eiser tegen kunnen werpen dat hij niet veel weet over de CDP en nauwelijks enige betrokkenheid heeft gehad. Eiser weet niet hoeveel leden de organisatie in Nederland heeft of wanneer de partij is opgericht, verklaart dat hij maar twee andere leden kent, er in Nederland niet echt activiteiten worden georganiseerd en weet niet of de organisatie ook in China een afdeling heeft. [5] Eiser heeft ook maar weinig onderbouwing gegeven van zijn activiteiten. Zo heeft hij twee foto’s overgelegd waarbij hij, alleen in beeld, met zijn handen in zijn zakken is gefotografeerd bij een neergelegd spandoek. De minister heeft terecht opgemerkt dat eiser in Nederland geen initiatief heeft getoond om een demonstratie of andere activiteit te organiseren. Eiser heeft zelf verklaard dit niet te hebben gedaan. [6] Hoewel Chinese autoriteiten online gedrag ook buiten China kunnen monitoren [7] , heeft eiser met de door hem gegeven onderbouwing niet aannemelijk gemaakt dat hij als gevolg van zijn online gedrag in de negatieve belangstelling van de Chinese autoriteiten is komen te staan. Eiser heeft niet onderbouwd dat hij zijn opvattingen op social media uitdraagt. Hoewel eiser heeft aangegeven dat zijn naam waarschijnlijk op de website van de CDP staat en hij via X zijn opvattingen uitdraagt, heeft hij dit op geen enkele manier onderbouwd.
10.2.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ziet de rechtbank in de door eiser gegeven onderbouwing van zijn activiteiten onvoldoende grond om het besluit op dit punt te vernietigen.
11. De rechtbank ziet in hetgeen eiser overigens in beroep naar voren heeft gebracht evenmin aanleiding voor vernietiging van het bestreden besluit.
12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van de minister om de aanvraag als kennelijk ongegrond af te wijzen in stand wordt gelaten.
13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Meesters - van Luijk rechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.China Democracy Party.
2.Zie het arrest van het Hof van Justitie van 21 september 2023, C-151/22 (ECLI:EU:C:2023:688).
3.Zie Zp Groningen 8 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14853
4.Algemeen ambtsbericht China, december 2022, §2.2 en §2.4.
5.Nader gehoor, pagina 18.
6.Nader gehoor, pagina 20.
7.Algemeen ambtsbericht China, juli 2020, §5.15.