ECLI:NL:RBDHA:2026:8875
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet-tijdige beslissing asielaanvraag Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank overweegt dat de minister uiterlijk zes maanden na ontvangst van de aanvraag een besluit moet nemen, met een aanvang van de termijn afhankelijk van de Dublinverordening. In deze zaak is vastgesteld dat de beslistermijn begon te lopen op 20 juni 2024.
Vanwege het Syrië-moratorium, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, is de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de minister uiterlijk op 20 december 2025 moest beslissen. Eiser stelde de minister op 22 oktober 2025 in gebreke, maar dit was te vroeg omdat de beslistermijn toen nog niet verstreken was.
De rechtbank concludeert dat de ingebrekestelling niet aan de wettelijke vereisten voldoet en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.M. Pattynama op 20 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.