ECLI:NL:RBDHA:2026:887
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Zorgmachtiging en verplichte medicatie in het kader van geestelijke gezondheidszorg
Op 15 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 2003. Betrokkene heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen het ontvangen van zorg, maar wel tegen het toepassen van verplichte medicatie. De rechtbank oordeelt dat een zorgmachtiging noodzakelijk is vanwege het ernstig nadeel dat zich heeft voorgedaan, waaronder agressief gedrag en het risico op maatschappelijke teloorgang. De rechtbank wijst de verplichte toediening van medicatie af, omdat betrokkene momenteel het depot accepteert en voldoende tijd moet krijgen om met zijn ambulante behandelaar te overleggen over alternatieven. De rechtbank benadrukt het belang van de wensen en voorkeuren van betrokkene in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De beschikking is gegeven na een mondelinge behandeling waarin betrokkene en zijn advocaat zijn gehoord, evenals de arts van de afdeling. De rechtbank verleent de zorgmachtiging tot en met 15 juli 2026, met de mogelijkheid om de situatie opnieuw te beoordelen indien betrokkene zijn medewerking aan de behandeling weigert.