ECLI:NL:RBDHA:2026:8863
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen verblijfsvergunning
Verzoeker diende een beroep in tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig had beslist op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 17 november 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en een verzoek tot proceskostenvergoeding indiende.
De minister gaf aan bereid te zijn de proceskosten te vergoeden. De rechtbank oordeelde dat het beroep was ingetrokken omdat de minister aan het beroepschrift tegemoet was gekomen, waardoor de minister veroordeeld kon worden tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank hanteerde een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak en kende een bedrag van €467 toe, gebaseerd op het Besluit Proceskosten bestuursrecht. Er waren geen overige kosten die vergoed konden worden. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Skerka op 5 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van €467 aan proceskosten aan verzoeker.