ECLI:NL:RBDHA:2026:8840
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens late beslissing verblijfsvergunning
Verzoekster diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning. Nadat de minister alsnog een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen, waardoor toewijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding passend was. Gezien de lichte aard van de zaak en het beperkte belang hanteerde de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 op het standaardbedrag voor proceskosten.
De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van € 467,- aan verzoekster, rekening houdend met het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en het eenvoudige karakter van de zaak. Er werden geen aanvullende kosten vergoed.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskostenvergoeding aan verzoekster.