ECLI:NL:RBDHA:2026:8818
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in zorgmachtigingprocedure
Verzoekster heeft tijdens een mondelinge behandeling in een zorgmachtigingprocedure een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-plaatsvervanger, stellende dat de rechter vooringenomen zou zijn omdat zij gefocust zou zijn op het vasthouden van verzoekster in de psychiatrie.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen bijzondere omstandigheden tot wraking kunnen leiden. Verzoekster heeft echter geen concrete feiten aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen.
Daarnaast is de wrakingskamer ambtshalve bekend met eerdere niet-geslaagde wrakingsverzoeken van verzoekster, waardoor wordt geconcludeerd dat het wrakingsmiddel wordt misbruikt om de procedure te frustreren. Daarom wordt bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen.
De wrakingskamer wijst het verzoek af, bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was, en beveelt toezending van de beslissing aan alle betrokken partijen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing en misbruik van het wrakingsmiddel.