Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8797

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
NL25.49733
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • O. El Kadi
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende individuele bescherming tegen huiselijk geweld in Oezbekistan

Eiseres, afkomstig uit Oezbekistan, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege mishandeling door haar eerste en tweede echtgenoot en het ontbreken van effectieve bescherming tegen huiselijk geweld in haar land van herkomst.

De minister wees de aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij geen bescherming kon krijgen van de Oezbeekse autoriteiten. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat in Oezbekistan sinds 2023 wetgeving en voorzieningen bestaan die vrouwen bescherming bieden tegen huiselijk geweld.

Eiseres voerde aan dat het traumatabeleid van toepassing is en dat haar aanvraag ten onrechte kennelijk ongegrond werd verklaard wegens niet-onverwijld indienen. De rechtbank oordeelt dat het traumatabeleid niet van toepassing is omdat mishandeling niet door autoriteiten wordt gepleegd en dat eiseres geen geldige reden gaf voor de late aanvraag.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding en kan in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van individuele bescherming tegen huiselijk geweld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.49733

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. M. Luijendijk),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Zij is het hier niet mee eens en heeft hiertegen een aantal beroepsgronden aangevoerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit van de minister om de asielaanvraag af te wijzen in stand kan blijven. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer naar Oezbekistan in het algemeen bescherming kan inroepen van de Oezbeekse autoriteiten tegen huiselijk geweld. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het in haar individuele geval niet mogelijk is om bescherming in te roepen. Hierdoor heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres bij terugkeer naar Oezbekistan geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade. Tot slot heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat het traumatabeleid niet op eiseres van toepassing is en de aanvraag niet ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 11 februari 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 6 oktober 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij afkomstig is uit Oezbekistan, de Oezbeekse nationaliteit bezit en behoort tot de Oezbeekse bevolkingsgroep. Zij heeft Oezbekistan op 16 augustus 2019 verlaten vanwege de mishandelingen door haar eerste echtgenoot en schoonmoeder. Daarnaast heeft eiseres geen ouders meer en beschikt zij niet over een verblijfsplaats in Oezbekistan. Eiseres is officieel nog steeds getrouwd met haar eerste echtgenoot. Later is zij zowel door haar eerste als door haar tweede echtgenoot ook in Nederland mishandeld. Ook ontvangt zij dreigberichten van haar eerste echtgenoot. Volgens eiseres kunnen vrouwen in Oezbekistan geen effectieve bescherming krijgen tegen huiselijk geweld. Vrouwen kunnen in Oezbekistan geen aangifte doen van mishandeling en worden door de autoriteiten niet geholpen. Dit is volgens eiseres gebaseerd op haar eigen ervaringen en op wat zij van andere vrouwen heeft gehoord.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- mishandelingen door eerste en tweede echtgenoot.
4.1.
De minister acht alle asielmotieven geloofwaardig. Deze geloofwaardig geachte asielmotieven worden echter niet als voldoende zwaarwegend beschouwd om te concluderen dat eiseres vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag, dan wel dat zij bij terugkeer naar Oezbekistan een reëel risico loopt op ernstige schade. De minister stelt zich op het standpunt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Oezbekistan geen bescherming kan verkrijgen van de Oezbeekse autoriteiten tegen huiselijk geweld. Tot slot heeft de minister de asielaanvraag van eiseres kennelijk ongegrond verklaard, omdat zij haar aanvraag niet onverwijld heeft ingediend en daarvoor geen goede verklaring heeft gegeven. [1]
Heeft de minister voldoende gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer bescherming kan krijgen van de Oezbeekse autoriteiten?
5. Eiseres betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij bij terugkeer naar Oezbekistan geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade. Daartoe voert eiseres aan dat de minister onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat zij bij terugkeer kan rekenen op bescherming van de Oezbeekse autoriteiten vanwege huiselijk geweld. Het is voor haar als vrouw onmogelijk om aangifte te doen van huiselijk geweld. Ter onderbouwing hiervan verwijst zij naar openbare bronnen [2] , waaruit volgens eiseres blijkt dat de wetgeving weliswaar is versterkt, maar dat dit in de praktijk niet leidt tot effectieve bescherming. Hoewel eiseres formeel misschien aangifte zou kunnen doen, zal zij in de praktijk niet door het justitiële systeem worden beschermd. Tot slot wijst eiseres erop dat de wetgeving die vrouwen de mogelijkheid biedt aangifte te doen pas in 2023 is ingevoerd. De minister heeft haar dan ook ten onrechte tegengeworpen dat zij in 2019, vóór haar vertrek uit Oezbekistan, geen bescherming van de autoriteiten heeft ingeroepen.
5.1.
De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat de minister zijn standpunt dat eiseres bij terugkeer naar Oezbekistan bescherming kan krijgen van de Oezbeekse autoriteiten tegen huiselijk geweld, voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd en overweegt daartoe als volgt. Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt dat de minister bij de beoordeling of een vreemdeling in het land van herkomst bescherming kan verkrijgen, eerst moet onderzoeken of in dat land in het algemeen bescherming kan worden geboden tegen de gestelde vervolging of ernstige schade. Daarbij dient de minister informatie over de algemene situatie in het land van herkomst te betrekken, waaronder ambtsberichten en rapporten van internationale organisaties. Pas wanneer uit die informatie blijkt dat in het algemeen bescherming wordt geboden, ligt het op de weg van de vreemdeling om aannemelijk te maken dat het vragen van bescherming in zijn of haar individuele geval zinloos of gevaarlijk is. [3]
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich in dit verband terecht heeft gebaseerd op openbare bronnen waaruit blijkt dat de positie van vrouwen die te maken hebben met huiselijk geweld sinds 2023 is verbeterd en dat eiseres aangifte kan doen van huiselijk geweld en bescherming kan krijgen van de autoriteiten. [4] Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het op voorhand zinloos of gevaarlijk is zich tot de autoriteiten te wenden. Dat eiseres stelt dat het in 2019 nog niet mogelijk was om bescherming te vragen kan hieraan niet afdoen. Daargelaten dat zij nooit heeft geprobeerd om bescherming van de autoriteiten in te roepen vóór haar vertrek in 2019, kan dit er niet aan afdoen dat op basis van de door de minister genoemde bronnen uit 2023 volgt dat sindsdien in het algemeen bescherming wordt geboden. Uit de openbare bronnen volgt dat wetgeving is ingevoerd waarbij huiselijk geweld expliciet strafbaar is gesteld, ook bij een eerste overtreding en dat er straffen worden opgelegd. [5] Deze wetgeving voorziet ook in aanvullende beschermingsmaatregelen voor vrouwen en kinderen. Verder bestaan er opvangcentra voor slachtoffers, die worden gefinancierd door de overheid en ngo’s. Ook wordt sinds april 2025 geen verzoeningsperiode meer verlangd door rechters in zaken waarin sprake is van huiselijk geweld. [6] Dat het volgens eiseres niet mogelijk was voor haar om in 2019 bescherming in te roepen, kan er niet aan afdoen dat de minister aannemelijk heeft gemaakt dat het sinds 2023 in het algemeen wel mogelijk is bescherming in te roepen van de Oezbeekse autoriteiten tegen huiselijk geweld. De rechtbank oordeelt dat de minister ook voldoende heeft gemotiveerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet op individueel niveau bescherming kan inroepen van de Oezbeekse autoriteiten. In dit kader heeft de minister eiseres mogen tegenwerpen dat haar stelling dat het voor haar niet mogelijk zou zijn om bescherming van de autoriteiten te verkrijgen, voornamelijk berust op aannames. De rechtbank concludeert daarom dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres bij terugkeer geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Traumatabeleid
6. Eiseres heeft in beroep een beroep gedaan op het traumatabeleid, zoals is neergelegd in paragraaf C2/3.3.2.2. van de Vreemdelingencirculaire 2000. Zij betoogt dat zij slachtoffer is geweest van ernstige mishandeling door haar ex-partner. Nu zij binnen zes maanden na deze gebeurtenissen haar land van herkomst heeft verlaten, wordt volgens dit beleid het causaal verband tussen de traumatische gebeurtenissen en haar vertrek verondersteld en hoeft zij dit niet met nadere stukken te onderbouwen. Volgens eiseres is haar ex-partner een actor waartegen geen effectieve bescherming kan worden ingeroepen.
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich ter zitting terecht op het standpunt heeft gesteld dat voor toepassing van het traumatabeleid vereist is dat sprake is van daden gepleegd door de autoriteiten van het land van herkomst, door politieke of militante groeperingen die de feitelijke macht uitoefenen, dan wel door groeperingen waartegen de overheid niet in staat of niet bereid is bescherming te bieden. De rechtbank volgt de minister in diens standpunt dat hiervan in het geval van eiseres geen sprake is, nu zij slachtoffer is geworden van huiselijk geweld door haar ex-partner. Reeds hierom slaagt deze beroepsgrond niet.
Heeft de minister de asielaanvraag ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard?
7. Eiseres betoogt dat de minister haar asielaanvraag ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond omdat zij haar asielaanvraag niet onverwijld heeft ingediend. Zij voert daartoe aan dat zij niet op de hoogte was van de mogelijkheid om asiel aan te vragen. Daarnaast voert zij aan dat haar tweede echtgenoot haar onder controle hield en mishandelde, waardoor zij niet eerder een aanvraag kon indienen. Zij was pas in staat een asielaanvraag in te dienen op het moment dat haar echtgenoot dit zelf ook deed.
7.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres zonder geldige reden heeft nagelaten tijdig een asielaanvraag in te dienen, terwijl zij daartoe wel de mogelijkheid had. In dit verband heeft de minister eiseres mogen tegenwerpen dat zij in september 2021 Nederland is ingereisd, dat de politie haar in december 2022 expliciet heeft gevraagd of zij asiel wilde aanvragen en dat zij desondanks nog ongeveer twee maanden, terwijl zij zich op veilig grondgebied bevond, heeft gewacht met het indienen van een asielaanvraag. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en geen vergoeding krijgt van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. El Kadi, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Lange, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.In de zin van artikel 30b, eerste lid, onder h, Vreemdelingenwet 2000.
2.Country Report on Human Rights Practices, Uzbekistan 2023, van het United States Department of State, pagina 33.
3.ABRvS van 5 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD9606 en ABRvS van 24 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2795.
4.Country Report Uzbekistan 2023 van het US State Department, Rape and Domestic Violence, Uzbekistan - United States Department of State.
5.The Diplomant, Women as Wives: How Uzbekistan’s Justice System Fails to Serve Women – The Diplomat.
6.Divorce procedure simplified for vicitms of domestic violence in Uzbekistan, Жертвам семейного насилия в Узбекистане упростили процедуру развода.