ECLI:NL:RBDHA:2026:8797
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O. El Kadi
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende individuele bescherming tegen huiselijk geweld in Oezbekistan
Eiseres, afkomstig uit Oezbekistan, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege mishandeling door haar eerste en tweede echtgenoot en het ontbreken van effectieve bescherming tegen huiselijk geweld in haar land van herkomst.
De minister wees de aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij geen bescherming kon krijgen van de Oezbeekse autoriteiten. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat in Oezbekistan sinds 2023 wetgeving en voorzieningen bestaan die vrouwen bescherming bieden tegen huiselijk geweld.
Eiseres voerde aan dat het traumatabeleid van toepassing is en dat haar aanvraag ten onrechte kennelijk ongegrond werd verklaard wegens niet-onverwijld indienen. De rechtbank oordeelt dat het traumatabeleid niet van toepassing is omdat mishandeling niet door autoriteiten wordt gepleegd en dat eiseres geen geldige reden gaf voor de late aanvraag.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding en kan in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van individuele bescherming tegen huiselijk geweld.