Uitspraak
Voorziening in de voogdij ex artikel 1:295 BW Pro
Beschikking op het op 8 mei 2025 ingekomen verzoekschrift van:
de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden,
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, Regio [plaats],
Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis [plaats],
[minderjarige] (hierna: [minderjarige]),
Procedure
- het pro forma verzoekschrift van 8 mei 2025;
- de e-mail van [minderjarige] van 31 januari 2026;
- het verzoekschrift van 10 februari 2026, inclusief bijlagen, waaronder het rapport van de Raad met kenmerk KZ-1-68YWN64 van 9 februari 2026.
Feiten
- [minderjarige] verblijft sinds 10 februari 2025 in Nederland.
- Bij beschikkingen van deze rechtbank van 7 februari 2025 en 20 februari 2025 is de voogdes belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige]. Omdat de Raad in de onderhavige zaak op 8 mei 2025 een verzoek tot voorziening in de voogdij heeft ingediend, loopt deze voogdij door totdat op dit verzoek is beslist.
- Bij beschikking van 3 november 2025 heeft de rechtbank Noord-Nederland de voogdes een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 3 november 2025 tot 3 februari 2026.
- Bij beschikking van 28 januari 2026 heeft de rechtbank Noord-Nederland de voogdes een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 28 januari 2026 tot 28 april 2026.
- [minderjarige] verblijft sinds 10 februari 2025 in Nederland en zij verblijft op dit moment in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp van [instantie] in [plaats].