Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8687

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
12 april 2026
Zaaknummer
C/09/671365 / FA RK 24-6026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek gerechtelijke vaststelling ouderschap wegens niet-initiëren DNA-onderzoek

Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man. De rechtbank heeft bij beschikking van 2 december 2025 bevolen dat verzoekster binnen twee maanden een DNA-onderzoek moet initiëren om definitief uitsluitsel te verkrijgen over het vaderschap.

De man heeft aangegeven geen oproep voor een DNA-onderzoek te hebben ontvangen, en verzoeksters advocaat heeft bevestigd dat verzoekster niet heeft gereageerd op het bericht van de man. Hierdoor is het DNA-onderzoek niet uitgevoerd en is geen definitief bewijs verkregen over het vaderschap.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek daarom moet worden afgewezen. De proceskosten worden in deze familierechtelijke procedure gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap wordt afgewezen wegens het niet initiëren van het DNA-onderzoek.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-6026
Zaaknummer: C/09/671365
Datum beschikking: 12 maart 2026

Gerechtelijke vaststelling ouderschap

Beschikking op het op 19 augustus 2024 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster] ,

verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.J. Bouwmeester in Noordwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.A. Johannsen in Amsterdam.

Procedure

Bij beschikking van 2 december 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier relevant – een onderzoek door een deskundige van het DNA van verzoekster en de man bevolen en is iedere verdere beslissing over de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap en de proceskosten aangehouden tot 1 maart 2026 pro forma.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook van:
  • het bericht van 5 februari 2026 van de zijde van de man;
  • het bericht van 23 februari 2026 van de zijde van verzoekster.

Beoordeling

Gerechtelijke vaststelling ouderschap
Bij de beschikking van 2 december 2025 is door de rechtbank een DNA-onderzoek bevolen om definitief uitsluitsel te verkrijgen over de vraag of de man de verwekker is van verzoekster. Gelet op de houding van verzoekster is daarbij bepaald dat het initiatief voor het DNA-onderzoek van verzoekster moet uitgaan en dat het DNA-onderzoek binnen twee maanden na de datum van de beschikking moet worden uitgevoerd.
De man heeft aangegeven dat verzoekster hiertoe niet overgegaan lijkt te zijn, omdat hij geen oproep voor een DNA-onderzoek heeft ontvangen.
De advocaat van verzoekster heeft aangegeven dat verzoekster niet op zijn bericht naar aanleiding van de beschikking van 2 december 2025 heeft gereageerd en dat hij de rechtbank verzoekt te doen wat geraden voorkomt.
Omdat verzoekster niet binnen twee maanden na de datum van de vorige beschikking een DNA-onderzoek heeft geïnitieerd, hoewel daartoe door de rechtbank bevolen, is geen definitief uitsluitsel verkregen over de vraag of de man de verwekker is van verzoekster. De rechtbank zal het verzoek van verzoekster om het ouderschap van de man gerechtelijk vast te stellen daarom afwijzen.
Proceskosten
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek van verzoekster af;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S. Sluijmer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 12 maart 2026.