Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8651

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
12 april 2026
Zaaknummer
C/09/698102 / FA RK 26-589
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor aanmelding middelbare school in belang van minderjarige

Partijen zijn ouders van drie minderjarige kinderen en oefenen gezamenlijk gezag uit. Na ontbinding van het huwelijk is de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder vastgesteld, maar de kinderen staan ingeschreven op het adres van de vader. De moeder verzoekt vervangende toestemming om hun kind aan te melden voor het voortgezet onderwijs binnen de aanmeldperiode, waarbij zij de voorkeur heeft voor een specifieke school.

De vader voert verweer en heeft een zelfstandig verzoek ingediend. De communicatie tussen de ouders is ernstig verstoord, waardoor de rechtbank het belang van het kind centraal stelt. Tijdens het kindgesprek gaf het kind aan voorkeur te hebben voor een andere school en wilde hij samen met zijn leerkracht en schoolmaatschappelijk werker een rangorde van scholen opstellen.

De rechtbank besluit de moeder vervangende toestemming te verlenen om het kind aan te melden volgens deze rangorde, waarbij de moeder de aanmelding samen met het kind verzorgt. De vader stemt hiermee in. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: De moeder krijgt vervangende toestemming om het kind aan te melden voor het voortgezet onderwijs volgens een door het kind, leerkracht en schoolmaatschappelijk werker opgestelde rangorde.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-589
Zaaknummer: C/09/698102
Datum beschikking: 12 maart 2026

Vervangende toestemming middelbare school

Beschikking op het op 20 januari 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.R. Brouwer in Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.H.P.C. Glaudemans in Delft.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht met bijlagen van 10 februari 2026 van de moeder;
  • het bericht met bijlagen van 17 februari 2026 van de moeder;
  • het bericht van 20 februari 2026 van de moeder;
  • het bericht van 20 februari 2026 met bijlage van de vader;
  • het bericht van 20 februari 2026 met bijlagen van de moeder;
  • het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken;
  • het bericht van 26 februari 2026 met bijlage van de vader;
  • het bericht van 3 maart 2026 met bijlage van de moeder.
Op 3 maart 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

- Partijen zijn op [datum 1] 2014 in [plaats] een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan. Blijkens een latere vermelding is het geregistreerd partnerschap op [datum 2] 2014 omgezet in een huwelijk.
  • Het huwelijk van partijen is ontbonden op [datum 3] 2021.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 2] , [geboorteland] ;
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 in [geboorteplaats 1] .
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 11 februari 2021 is de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder vastgesteld.
  • Blijkens de Basisregistratie Personen (BRP) staan de kinderen ingeschreven op het woonadres van de vader.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt:
  • primair: de moeder toestemming te verlenen, welke toestemming die van de vader vervangt, om [minderjarige 1] aan te melden voor het voortgezet onderwijs binnen de aanmeldperiode van 28 tot en met 31 maart 2026, waaronder begrepen het opstellen en indienen van de rangorde van middelbare scholen, met [school 1] als eerste voorkeur;
  • subsidiair: een zodanige beslissing te nemen zoals deze rechtbank juist acht;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht:
  • primair: toestemming aan de vader te verlenen, welke die van de moeder vervangt, om [minderjarige 1] aan te melden voor het voortgezet onderwijs binnen de geldende aanmeldperiode, waaronder begrepen het opstellen en indienen van de rangorde van middelbare scholen conform de keuze van [minderjarige 1] ;
  • subsidiair: een zodanige beslissing te nemen zoals de rechtbank juist acht;
  • toestemming aan de vader te verlenen, welke die van de moeder vervangt, om [minderjarige 1] aan te melden voor het schoolmaatschappelijk werk en te bepalen dat de moeder [minderjarige 1] in de gelegenheid zal stellen gesprekken met het schoolmaatschappelijk werk te hebben gedurende de dagen dat [minderjarige 1] conform de geldende zorgregeling bij de moeder verblijft.
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Vervangende toestemming middelbare school
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt om samen met [minderjarige 1] een rangorde te maken van middelbare scholen en hem hiervoor aan te melden. De moeder stelt dat de eerste voorkeur van [minderjarige 1] uitgaat naar [school 1] . Deze school ligt dichtbij de vertrouwde omgeving van [minderjarige 1] en is voor beide ouders goed bereikbaar. Wat de moeder betreft is [school 2] ook akkoord, als dit uiteindelijk de voorkeur van [minderjarige 1] zou hebben. De vader twijfelt of [school 1] de juiste keuze is voor [minderjarige 1] , mede gelet op de fietsafstand vanaf het huis van vader. De vader is daarnaast bezorgd dat [minderjarige 1] zich niet volledig kan oriënteren, omdat de moeder open dagen overslaat van de scholen waar haar eigen voorkeur niet naar uitgaat.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de huidige en de eerdere procedures die de partijen hebben gevoerd, blijkt dat de communicatie tussen de ouders ernstig is verstoord. Nu het gaat om de middelbare schoolkeuze van [minderjarige 1] , kent de rechtbank hem in deze procedure een belangrijke stem toe. [minderjarige 1] heeft in het kindgesprek aangegeven dat hij op dat moment een voorkeur had voor [school 2] . Hij wilde ook graag nog kijken naar [school 3] en [school 4] . Daarnaast heeft [minderjarige 1] aangegeven dat het hem een goed idee leek om samen met de leerkracht en de schoolmaatschappelijk werker de rangorde van scholen op te stellen, zoals door zijn vader was voorgesteld. De moeder zal de aanmelding volgens deze rangorde verzorgen samen met [minderjarige 1] . Op de zitting heeft de vader aangeven zich in het deze gang van zaken te kunnen vinden. Tevens heeft hij aangegeven dat de leerkracht zich bereid heeft verklaard om samen met [minderjarige 1] de rangorde op te stellen. Ook de moeder heeft op de zitting aangegeven zich hierin te kunnen vinden. De rechtbank zal volgens de wens van [minderjarige 1] beslissen, omdat deze in zijn belang is. De rechtbank zal daarom aan de moeder vervangende toestemming verlenen om [minderjarige 1] aan te melden voor het voortgezet onderwijs, met dien verstande dat de rangorde van scholen door [minderjarige 1] samen met zijn leerkracht en de schoolmaatschappelijk werker zal worden opgesteld en de moeder de aanmelding volgens deze rangorde en samen met [minderjarige 1] doet. Het is vanzelfsprekend dat de moeder de vader voor zover nodig op de hoogte zal stellen van de aanmelding en de door [minderjarige 1] gekozen rangorde van scholen.
Brief aan [minderjarige 1]
De rechter heeft in een aparte brief aan [minderjarige 1] de beslissing uitgelegd. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide ouders weten welke boodschap [minderjarige 1] heeft ontvangen.
Beste [minderjarige 1] ,
We hebben elkaar op 26 februari 2026 gesproken over je middelbare schoolkeuze. Dat was een goed gesprek, vond ik. De week daarna was de rechtszitting met je ouders en met hun heb ik afgesproken dat je nog bij [school 3] en bij [school 4] gaat kijken en dat je daarna met je juf en de nieuwe schoolmaatschappelijk werker een lijstje zult maken van jouw top 5 (of beter nog: top 8, heb ik begrepen). Dat lijstje zul je dan samen met je moeder uploaden of overnemen in het aanmeldsysteem voor middelbare scholen. Je vader en moeder kunnen zich daar allebei in vinden.
Ik heb ook aan je vader en moeder verteld dat het mij goed lijkt als zij samen met jou (ik bedoel dan jullie drieën tegelijk) een keer bespreken wat voor jou belangrijk is om de overstap naar de middelbare school goed te kunnen maken. Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat jullie dan samen bespreken of jij het sportrooster dat je nu hebt nog wel oké vindt.
Ik ben heel benieuwd voor welke middelbare school je uiteindelijk zult kiezen en ik vond het in ieder geval leuk om te horen dat je je op [school 2] wel ziet rondlopen.
Succes met de keuze, in ieder geval!
Met vriendelijke groet,
de kinderrechter

Beslissing

De rechtbank:
*
verleent de moeder toestemming, welke die van de vader vervangt, om [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] , aan te melden voor het voortgezet onderwijs, met dien verstande dat de rangorde van scholen door [minderjarige 1] samen met zijn leerkracht en de schoolmaatschappelijk werker zal worden opgesteld en de moeder de aanmelding volgens deze rangorde en samen met [minderjarige 1] doet;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 maart 2026.