Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8632

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
12 april 2026
Zaaknummer
C/09/682432 / FA RK 25-2237
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:25c BWArt. 1:199 BWArt. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 10:105 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling geboortegegevens en adoptie na draagmoederschap in Georgië

Verzoekers, gehuwd sinds 2013, konden hun kinderwens niet vervullen en kozen voor hoogtechnologisch draagmoederschap in Georgië. Uit het traject werden in 2024 twee kinderen geboren, waarvan één kort na de geboorte overleed. De kinderen stammen genetisch af van verzoekers, bevestigd door DNA-onderzoek. De draagmoeder, Georgisch en ongehuwd, gaf schriftelijk toestemming voor adoptie.

De rechtbank beoordeelde het verzoek tot vaststelling van geboortegegevens en adoptie. De geboorteakten uit Georgië voldeden niet aan Nederlandse openbare orde, omdat de draagmoeder als juridische moeder stond geregistreerd. De rechtbank stelde daarom de geboortegegevens vast volgens Nederlands recht, waarbij de geslachtsnaam van de draagmoeder werd aangehouden.

De adoptie van het levende kind werd toegewezen, omdat verzoekers aan de wettelijke voorwaarden voldeden en het in het belang van het kind was. Voor het overleden kind werd de verzorgingstermijn niet strikt toegepast vanwege de bijzondere omstandigheden en het belang van verzoekers als wensouders. De rechtbank wijzigde de voornamen en bepaalde dat de geslachtsnaam van de kinderen na adoptie de naam van verzoekers wordt. De beschikking wordt ingeschreven in het gezagsregister.

Uitkomst: De rechtbank stelt geboortegegevens vast en spreekt adoptie uit van twee kinderen na draagmoederschap, met wijziging van voornamen en geslachtsnaam.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2237
Zaaknummer: C/09/682432
Datum beschikking: 12 maart 2026

Vaststellen geboortegegevens en adoptie

Beschikking op het op 20 februari 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster] en [verzoeker] ,

gezamenlijk te noemen verzoekers, dan wel de wensouders, afzonderlijk verzoeker of verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.M. Schoots te Amsterdam.
Als belanghebbende ten aanzien van de vaststelling geboortegegevens wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand,

zetelend te 's-Gravenhage,
hierna: de ambtenaar

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift;
- een F9-formulier van 8 mei 2025, met bijlagen, van verzoekers;
- de brief van 7 augustus 2025 van de ambtenaar;
- een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 29 augustus 2025;
- een F9-formulier van 1 september 2025, met bijlage, van verzoekers;
- een F9-formulier van 23 januari 2026, met bijlagen, mede houdende een gewijzigd
verzoek;
- een brief van de ambtenaar van 27 januari 2026.
Op 29 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekers met mr. O. Sener, waarnemend voor mr. Schoots, en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). De ambtenaar heeft bij brief van 27 januari 2026 de rechtbank bericht niet op de zitting te zullen verschijnen.
De Raad heeft onderzoek verricht en geadviseerd het verzoek tot adoptie toe te wijzen.

Feiten

  • Verzoekers zijn op [dag 1] 2013 te [plaats 1] met elkaar gehuwd.
  • Verzoekers kunnen hun kinderwens niet op eigen kracht verwezenlijken en zij hebben ervoor gekozen om hun kinderwens in het buitenland, via hoogtechnologisch draagmoederschap, te realiseren.
  • Verzoekers hebben eerder een hoogtechnologisch draagmoederschapstraject gevolgd met een andere draagmoeder, waaruit is geboren [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland 1] .
  • Verzoekers hebben de draagmoeder bereid gevonden om voor hen een kind te dragen. De draagmoeder heeft de Georgische nationaliteit en is ongehuwd.
  • Op 17 januari 2024 is tussen verzoekers en de draagmoeder een draagmoederschapscontract tot stand gekomen.
  • Door [naam 2] , embryologist van [kliniek] te Georgië, is verklaard dat embryo’s zijn ontstaan uit zaad van verzoeker en eicellen van verzoekster.
  • Op [geboortedatum 2] 2024 zijn in [geboorteplaats 1] , [geboorteland 1] , uit de draagmoeder geboren de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
  • Van de geboorte van de minderjarigen is in [geboorteland 1] op 18 juli 2024 een geboorteakte opgemaakt. In deze akte zijn verzoekers als ouders van de minderjarigen opgenomen. De naam van de draagmoeder komt er niet op voor.
  • Op [dag 2] 2024 is [minderjarige 3] overleden.
  • Op 13 september 2024 heeft de draagmoeder schriftelijk verklaard dat zij geen ouderlijke rechten en verantwoordelijkheden heeft ten opzichte van [minderjarige 2] , dat zij toestemming geeft om de ouderlijke rechten en verantwoordelijkheden te doen toekomen aan verzoekers en dat zij voorts toestemming geeft voor de adoptie van [minderjarige 2] door verzoekers.
  • Volgens een rapport van Verilabs is door middel van DNA-onderzoek vast komen te staan dat [minderjarige 2] een biologisch kind is van verzoekers.
  • Bij besluit van 10 september 2024 heeft de minister van buitenlandse zaken de aanvraag van verzoekers om een reisdocument voor [minderjarige 2] afgewezen. Verzoekers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt, maar konden de uitkomst van de bezwaarprocedure niet afwachten.
  • Bij uitspraak van 15 oktober 2024 heeft de voorzieningenrechter de minister opgedragen om aan [minderjarige 2] binnen twee weken na verzending van de uitspraak een laissez-passer af te geven op grond waarvan verzoekers met haar naar Nederland konden reizen en zij tijdelijk op Nederlands grondgebied mag verblijven. Op 4 november 2024 zijn verzoekers vanuit Georgië naar Nederland teruggekeerd, met [minderjarige 2] .
  • Bij beschikking van 16 december 2024 van de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, is Stichting Jeugdbescherming west Zeeland met de voorlopige voogdij over [minderjarige 2] belast, voor de periode van 19 november 2024 tot 5 februari 2025.
  • Bij beschikking van 23 juli 2025 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is het gezag van de draagmoeder beëindigd en zijn verzoekers tot voogd benoemd.
  • Verzoekers hebben de Nederlandse nationaliteit. De draagmoeder heeft (vermoedelijk) de Georgische nationaliteit. [minderjarige 2] is in de basisregistratie personen geregistreerd als staatloos.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt – na wijziging – tot:
De geboortegegevens van de minderjarige [minderjarige 2] voor het opmaken van een
geboorteakte als volgt vast te stellen:
KIND
Geslachtsnaam: [geslachtsnaam 1]
Naam: [voornamen 1]
Plaats van geboorte: [geboorteplaats 1] , [geboorteland 1]
Dag van geboorte: [geboortedatum 2] 2024
Geslacht: vrouwelijk
MOEDER
Geslachtsnaam: [geslachtsnaam 2]
Naam: [voornaam]
Plaats van geboorte: [geboorteplaats 2] , [geboorteland 2]
Dag van geboorte: [geboortedatum 3] 1984
De geboortegegevens van de minderjarige [minderjarige 3] voor het opmaken van een
geboorte- en overlijdensakte als volgt vast te stellen:
KIND
Geslachtsnaam: [geslachtsnaam 1]
Naam: [voornamen 2]
Plaats van geboorte: [geboorteplaats 1] , [geboorteland 1]
Dag van geboorte: [geboortedatum 2] 2024
Dag van overlijden: [dag 2] 2024
Plaats van overlijden: [plaats 2] , [land]
Geslacht: mannelijk
MOEDER
Geslachtsnaam: [geslachtsnaam 2]
Naam: [voornaam]
Plaats van geboorte: [geboorteplaats 2] , [geboorteland 2]
Dag van geboorte: [geboortedatum 3] 1984
en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage te
gelasten de geboorteakte (respectievelijk overlijdensakte van [minderjarige 3] ) van de
minderjarigen aan de hand van deze gegevens op te maken en in te inschrijven;
de adoptie van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2]
2024 door de wensouders uit te spreken, onder de opschortende voorwaarde dat de
beslissing tot beëindiging van het gezag van de draagmoeder in kracht van
gewijsde is gegaan en te verstaan dat met ingang van de datum waarop de
beslissing aangaande de adoptie in kracht van gewijsde is gegaan, de wensouders
van rechtswege zijn belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige 2] ;
te verstaan dat de wensouders gezamenlijk hebben verklaard dat de minderjarigen
na de adoptie de geslachtsnaam ' [geslachtsnaam 1] ' hebben;
de voornamen van de minderjarigen te wijzigen in: " [voornamen 3] " en " [voornamen 4]
";
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage te gelasten
om, zodra de in deze af te geven beschikking in kracht van gewijsde is gegaan een
latere vermelding van de adoptiebeslissing, van de van rechtswege verkregen
geslachtsnaam van de minderjarigen en de voornamen van de minderjarigen aan de
daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;
dat de griffier wanneer de uitspraak ten aanzien van de adoptie in kracht van
gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het
gezagsregister om daarin aantekening te doen van de adoptie en het van rechtswege
ontstane ouderlijke gezag van de wensouders;
subsidiair indien de rechtbank van oordeel is dat verzoekers niet kunnen worden ontvangen in hun verzoeken met betrekking tot [minderjarige 3] een bijzonder curator te benoemen die de minderjarige [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2024 te [plaats 2] , [geboorteland 1] en overleden op [dag 2] 2024 te [plaats 2] , [land] in deze kan vertegenwoordigen.
De ambtenaar heeft schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.

Beoordeling

Rechtsmacht
Nu verzoekers in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef Pro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Forumkeuze
Verzoekers wonen in [woonplaats] , zodat de rechtbank Zeeland-West-Brabant relatief bevoegd is van de verzoeken kennis te nemen. Verzoekers hebben uitdrukkelijk de keuze gemaakt om de verzoeken bij de rechtbank Den Haag in te dienen en wensen geen verwijzing naar een andere rechtbank. In dat licht is de rechtbank Den Haag op grond van artikel 270 Rv Pro bevoegd van de verzoeken kennis te nemen.
Inhoudelijk
Algemeen
Ter onderbouwing van hun (gewijzigde) verzoeken hebben verzoekers, samengevat, het navolgende gesteld. Zij hebben in 2020 in Georgië een traject van hoogtechnologisch draagmoederschap doorlopen, nadat het hen op eigen kracht en na verschillende medische behandelingen niet was gelukt samen een kind te krijgen. Uit dit traject is in 2020 [minderjarige 1] geboren. Vanwege de sterke wens van verzoekers tot gezinsuitbreiding zijn verzoekers nogmaals een traject gestart om met behulp vaneen draagmoeder uit Georgië deze wens in vervulling te laten gaan. Dit traject heeft geleid tot de geboorte van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
Draagmoederschap is tot op heden in Nederland wettelijk niet geregeld. Gelet op de ingrijpende gevolgen van draagmoederschap voor de rechten en verplichtingen van zowel het kind als de draagmoeder in kwestie is het van belang om te beoordelen of het draagmoederschap zorgvuldig heeft plaatsgevonden, met inachtneming van de belangen van het kind en de draagmoeder. Daarbij is mede van belang, zoals door de Staatscommissie Herijking Ouderschap in haar rapport “Kind en ouders in de 21e eeuw” is verwoord, dat de belangen van de draagmoeder en het kind voorop staan, in die zin dat de draagmoeder goed voorbereid en begeleid wordt, voorafgaand aan, tijdens en na het draagmoederschapstraject en dat het kind in staat is te achterhalen van wie hij of zij afstamt. Eén van de in het rapport geformuleerde nadere eisen voor draagmoederschap is daarom dat geen gebruik mag zijn gemaakt van anonieme donoren. Aan deze voorwaarden dient zo veel mogelijk te zijn voldaan, nu bij toepassing van hoogtechnologisch draagmoederschap in Nederland aan deze eisen zou moeten worden voldaan en in het algemeen voorkomen moet worden dat de Nederlandse eisen worden omzeild door te kiezen voor draagmoederschap in het buitenland.
De rechtbank stelt voorop dat haar gebleken is dat sprake is van een met voldoende waarborgen omkleed traject, in lijn met de aanbevelingen van de Staatscommissie Herijking Ouderschap. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
De in Georgië geboren minderjarigen stammen genetisch af van verzoekers, er is dus geen gebruik gemaakt van anonieme donoren. Er is een verklaring van de fertiliteitskliniek beschikbaar waarin wordt bevestigd dat de embryo’s genetisch afkomstig zijn van verzoekers en er heeft na de geboorte van de minderjarige [minderjarige 2] nog een DNA-onderzoek plaatsgevonden waarin is bevestigd dat verzoekers haar biologische ouders zijn. Omdat [minderjarige 3] overleden is, was een DNA-onderzoek niet mogelijk. Echter, omdat [minderjarige 3] en [minderjarige 2] een tweeling zijn, neemt de rechtbank aan dat verzoekers ook de biologische ouders van [minderjarige 3] zijn.
Tussen verzoekers en de draagmoeder is een overeenkomst opgesteld. Uit de draagmoederschapsovereenkomst blijkt niet of de draagmoeder in Georgië psychische en juridische ondersteuning heeft gekregen, voorafgaand aan, tijdens en na het doorlopen traject. De wensouders hebben op de zitting echter toegelicht dat ondanks dat dit gegeven niet in de overeenkomst tussen de draagmoeder en partijen is opgenomen, de draagmoeder vanuit de organisatie die tussen de draagmoeder en hen heeft bemiddeld, wel juridische en psychologische bijstand heeft ontvangen. Ook hebben de wensouders aangegeven dat zij nog steeds contact met de draagmoeder hebben. Op grond hiervan concludeert de rechtbank dat de wensouders zich er van hebben vergewist dat er voldoende aandacht is geweest voor het fysieke en emotionele welzijn van de draagmoeder en dat zij daar nog steeds aandacht voor hebben.
Vaststelling geboortegegevens
Juridisch kader
Artikel 1:25c van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt:
1.
Indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, kan op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage de rechtbank Den Haag de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:
die persoon Nederlander is of te eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest;
die persoon rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en de, van de

Vreemdelingenwet 2000;

op grond van dit boek een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.
2.
De rechtbank houdt rekening met alle bewijzen en aanwijzingen omtrent de omstandigheden waaronder, en het tijdstip waarop de geboorte moet hebben plaatsgehad. De geslachtsnaam, de voornamen, alsmede de plaats en de dag van de geboorte van de vader en van de moeder worden vastgesteld, voor zover daarvoor aanwijzingen zijn verkregen.
3.
In geval van adoptie geeft de rechtbank die de adoptie uitspreekt, ambtshalve afzonderlijk de in het eerste lid bedoelde beschikking.
In artikel 1:25c derde lid BW is bepaald dat de rechter die de adoptie uitspreekt ambtshalve de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststelt. Gelet daarop, alsmede gelet op het doel van het vaststellen van de geboortegegevens – namelijk het opmaken van een akte van inschrijving in een Nederlands register van de burgerlijke stand, welke akte heeft te gelden als een geboorteakte – is op de vast te stellen geboortegegevens eveneens Nederlands recht van toepassing. Omdat de rechtbank de adoptie van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zal uitspreken, is zij tevens bevoegd de geboortegegevens van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] vast te stellen.
Verzoekers erkennen dat de familierechtelijke betrekkingen zoals vastgelegd in de door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften in Georgië opgemaakte geboorteakte van de minderjarigen, in strijd zijn met de Nederlandse openbare orde en daarmee niet voor erkenning in Nederland in aanmerking komen. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn namelijk geboren uit de draagmoeder en de draagmoeder is daarmee de (juridische) moeder van de minderjarigen. De naam van de draagmoeder dient als zodanig op de geboorteakte van de minderjarigen te worden vermeld. Ten tijde van de geboorte van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] was de draagmoeder ongehuwd en er was geen sprake van een geregistreerd partnerschap, zodat zij ten tijde van hun geboorte geen (juridische) vader hadden zoals bedoeld in artikel 1:199 BW Pro.
Zowel verzoekers als de ambtenaar hebben zich (schriftelijk) uitgelaten over de wijze waarop de geboortegegevens van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zouden moeten worden vastgesteld.
De rechtbank zal de geboortegegevens van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] vaststellen als na te melden. Anders dan door verzoekers verzocht en door de ambtenaar aangegeven, zal de rechtbank de geslachtsnaam van de kinderen vaststellen als ‘ [geslachtsnaam 2] ’, nu zij bij de geboorte de geslachtsnaam van de (juridische) moeder kregen. De geboorteplaats van de moeder zal worden vastgesteld als ‘ [geboorteplaats 2] , [geboorteland 2] ’. De rechtbank zal het verzoek om de ambtenaar te gelasten om aan de hand van die gegevens de geboorteakte van de minderjarigen op te maken en deze akte in te schrijven in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage afwijzen, omdat dit al uit de wet volgt.
Adoptie [minderjarige 2]
Op grond van artikel 10:105 eerste Pro lid BW is op een in Nederland uit te spreken adoptie het Nederlandse recht van toepassing. Artikel 10:105 tweede Pro lid BW bepaalt dat op de toestemming dan wel raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind of van andere personen of instellingen toepasselijk is het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit.
[minderjarige 2] is geregistreerd als staatloos. Vermoedelijk bezit zij de Georgische nationaliteit, nu zij in Georgië is geboren en niet van rechtswege de Nederlandse nationaliteit heeft gekregen. Volgens het Georgische recht dienen de ouder(s) of voogd(en) van het kind en het te adopteren kind als het kind twaalf jaar of ouder is, toestemming te geven voor de adoptie. Bij het verzoekschrift bevindt zich een schriftelijke verklaring van de draagmoeder van 13 september 2024, waaruit blijkt dat zij verklaart dat zij geen ouderlijke rechten en verantwoordelijkheden heeft ten opzichte van [minderjarige 2] , dat zij toestemming geeft om de ouderlijke rechten en verantwoordelijkheden ten aanzien van [minderjarige 2] te doen toekomen aan verzoekers en dat zij voorts toestemming geeft voor de adoptie van [minderjarige 2] door verzoekers. De instemming van de draagmoeder voor de adoptie van [minderjarige 2] door verzoekers is daarmee naar het oordeel van de rechtbank gegeven.
Een verzoek tot adoptie moet naar Nederlands recht verder voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 BW.
Van belang in deze zaak zijn de twee gronden genoemd in artikel 1:227, tweede en derde lid, BW. De eerste grond waaraan moet zijn voldaan, is dat verzoekers drie jaar aaneengesloten onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met elkaar hebben samengeleefd. Aan die grond is voldaan.
Verder is vereist dat de adoptie in het kennelijk belang is van het kind, dat op het tijdstip van de adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder(s) in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en dat aan de voorwaarden van artikel 1:228 BW Pro is voldaan.
[minderjarige 2] is op [geboortedatum 2] 2024 geboren en het verzoek tot adoptie is op 20 februari 2025 ingediend. [minderjarige 2] was daarmee nog geen zeven maanden oud op het moment van indiening van het inleidend verzoekschrift door verzoekers. Dit betekent dat op het moment van indiening van het verzoekschrift niet was voldaan aan de vereiste verzorgingstermijn door verzoekers van een jaar zoals bedoeld in artikel 1:228, eerste lid onder f, BW. Inmiddels is het ruim een jaar na indiening van het verzoekschrift en dragen verzoekers wel langer dan een jaar de zorg voor [minderjarige 2] , zodat ook aan deze voorwaarde is voldaan.
Verder heeft [minderjarige 2] van de draagmoeder in de hoedanigheid van ouder niets te verwachten. [minderjarige 2] is volledig afhankelijk van de zorg van de wensouders. Daar komt bij dat uit het onderzoek van de Raad geen zorgen over de leef- en woonsituatie van [minderjarige 2] bij de wensouders naar voren zijn gekomen. De rechtbank heeft daarnaast geen reden om aan te nemen dat [minderjarige 2] voorlichting over haar ontstaansgeschiedenis en de adoptie zal worden onthouden.
Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat adoptie door verzoekers in het belang van [minderjarige 2] is. Nu voor het overige is voldaan aan de voorwaarden van de artikelen 1:227 en 1:228 BW, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie van [minderjarige 2] toewijzen als na te melden.
Adoptie [minderjarige 3]
Op grond van artikel 10:105 eerste Pro lid BW is op een in Nederland uit te spreken adoptie het Nederlandse recht van toepassing. Artikel 10:105 tweede Pro lid BW bepaalt dat op de toestemming dan wel raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind of van andere personen of instellingen toepasselijk is het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit.
[minderjarige 3] is geboren op [geboortedatum 2] 2024 en overleden op [dag 2] 2024. [minderjarige 3] heeft 9 dagen geleefd. Hierdoor is niet voldaan aan de vereiste verzorgingstermijn van een jaar. Verzoekers stellen zich op het standpunt dat de omstandigheid dat [minderjarige 3] inmiddels is overleden, niet in de weg mag staan aan toewijzing van het verzoek. Zij verwijzen hiervoor naar een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 maart 2011 (ECLI:NL:RBROT:2011:BQ4776).
De rechtbank overweegt als volgt. De in artikel 1:228, eerste lid onder f, BW, genoemde verzorgingstermijn is met name bedoeld om in het belang van de te adopteren minderjarige de bestendigheid van de verzorging en opvoeding van de minderjarige door de adoptiefouder te toetsen. In deze zaak is sprake van een bijzondere situatie, [minderjarige 3] is namelijk enkele dagen na zijn geboorte overleden. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval de vereiste verzorgingstermijn geen redelijk doel dient. Verzoekers zijn de wensouders van [minderjarige 3] , die biologisch gezien een kind van verzoekers is, en verzoekers zijn beiden vanaf de geboorte tot zijn overlijden betrokken geweest bij de verzorging en opvoeding van [minderjarige 3] . Afwijzing van het verzoek tot adoptie omdat niet is voldaan aan de vereiste verzorgingstermijn zou in dit geval in strijd zijn met het bepaalde in artikel 8 EVRM Pro.
Voor het overige verwijst de rechtbank naar wat hiervoor met betrekking tot de adoptie van [minderjarige 2] is overwogen. De rechtbank merkt op dat de toestemming van de draagmoeder tot adoptie alleen ziet op [minderjarige 2] . De rechtbank gaat ervan uit dat de reden hiervoor is dat op het moment dat de draagmoeder deze verklaring heeft afgelegd, [minderjarige 3] al was overleden. De rechtbank begrijpt dat de draagmoeder ook toestemming geeft voor adoptie van [minderjarige 3] door verzoekers, net zoals zij dat voor [minderjarige 2] heeft gedaan, omdat het gehele traject dat de draagmoeder en wensouders met elkaar zijn aangegaan hierop was gericht.
De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub m van het Besluit gezagsregisters tevens bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
Geslachtsnaam en voornamen
Ingevolge artikel 10:19 BW Pro worden de geslachtsnaam en voornamen van een vreemdeling bepaald door het recht van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft. Op grond van artikel 10:20 BW Pro worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon, die de Nederlandse nationaliteit bezit, bepaald door het Nederlands recht. Artikel 10:22 BW Pro bepaalt dat in geval van verandering van de nationaliteit het recht van de nieuwe nationaliteit van toepassing is, daaronder begrepen de regels van dat recht betreffende de gevolgen van de nationaliteitsverandering voor de naam.
Ongeacht of [minderjarige 2] nog een andere nationaliteit heeft, meent de rechtbank dat – vooruitlopend op de verkrijging van het Nederlanderschap door [minderjarige 2] – nu al op het verzoek tot voornaamswijziging kan worden beslist volgens Nederlands recht.
Voor zover [minderjarige 3] niet door de adoptie de Nederlandse nationaliteit verkrijgt, omdat hij ten tijde van de adoptie-uitspraak is overleden, heeft [minderjarige 3] op grond van de Georgische wet de Georgische nationaliteit omdat hij in Georgië is geboren uit een Georgische (draag)moeder.
Op grond van het Georgische recht kan in geval van adoptie op verzoek van de adoptieouder de voornaam van het kind worden gewijzigd.
Verzoekers verzoeken te bepalen dat de voornamen van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] na de adoptie zullen luiden: “ [voornamen 3] ” en “ [voornamen 4] ”. Dit verzoek zal als op de wet gegrond worden toegewezen.
Verzoekers staan reeds in familierechtelijke betrekking tot een ander kind dat de geslachtsnaam van verzoeker heeft, zodat [minderjarige 2] op grond van artikel 1:5 achtste Pro lid BW van rechtswege de geslachtsnaam [geslachtsnaam 1] krijgt.
Met betrekking tot [minderjarige 3] bepaalt het Georgische recht dat op verzoek van de adoptieouder het kind zijn achternaam krijgt. Ook ten aanzien van [minderjarige 3] wordt het verzoek met betrekking tot de geslachtsnaam toegewezen.
Last tot toevoeging latere vermeldingen
De rechtbank zal het verzoek om de ambtenaar te gelasten om, zodra deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, de latere vermeldingen van de adoptie, de wijziging van de voornamen en de wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarigen aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen afwijzen, omdat dit al uit de wet volgt.
Gezagsregister
De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub m van het Besluit gezagsregisters bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
Subsidiair verzoek
Nu op de primaire verzoeken is beslist behoeft het subsidiaire verzoek geen behandeling.
Uitvoerbaar bij voorraad
De aard van de zaak leent zich niet voor uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beslissing

De rechtbank:
*
stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte van [minderjarige 2] noodzakelijke gegevens vast:
Geslachtsnaam : [geslachtsnaam 2]
Voornamen : [voornamen 1]
Geboortedatum : [geboortedatum 2] 2024
Geboorteplaats : [geboorteplaats 1] , [geboorteland 1]
Geslacht : F (vrouwelijk)
Geslachtsnaam moeder : [geslachtsnaam 2]
Voornaam moeder : [voornaam]
Geboortedatum moeder : [geboortedatum 3] 1984
Geboorteplaats moeder : [geboorteplaats 2] , [geboorteland 2]
*
stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte van [minderjarige 3] noodzakelijke gegevens vast:
Geslachtsnaam : [geslachtsnaam 2]
Voornamen : [voornamen 2]
Geboortedatum : [geboortedatum 2] 2024
Geboorteplaats : [geboorteplaats 1] , [geboorteland 1]
Geslacht : M (mannelijk)
Geslachtsnaam moeder : [geslachtsnaam 2]
Voornaam moeder : [voornaam]
Geboortedatum moeder : [geboortedatum 3] 1984
Geboorteplaats moeder : [geboorteplaats 2] , [geboorteland 2]
*
spreekt uit de adoptie van:
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2024 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland 1] , en
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2024 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland 1]
door [verzoekster] , geboren op [geboortedatum 4] 1987 te [geboorteplaats 3] en [verzoeker] , geboren op [geboortedatum 5] 1989 te [geboorteplaats 3] ;
*
bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking;
*
gelast de wijzing van de voornamen van ‘ [voornamen 1] ’ in ‘ [voornamen 3] ’;
*
gelast de wijziging van de voornamen van ‘ [voornamen 2] ’ in ‘ [voornamen 4] ’;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Brakel, C.L. Strop en A.P. de Klerk, kinderrechters, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 maart 2026.