Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8630

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
NL25.44167
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2001/55/EGArt. 8:81 lid 5 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming onder Richtlijn

Verzoekster heeft op 27 augustus 2025 een verzoek ingediend om tijdelijke bescherming onder de Richtlijn tijdelijke bescherming. De minister van Asiel en Migratie wees dit verzoek aanvankelijk af, waarna verzoekster bezwaar maakte en tevens een voorlopige voorziening verzocht.

Bij een besluit van 24 oktober 2025 heeft de minister het bezwaar gegrond verklaard en verzoekster tijdelijke bescherming verleend. Verzoekster stelde daarop beroep in tegen dit besluit. Het eerder ingediende verzoek om voorlopige voorziening werd aangemerkt als samenhangend met het beroep.

De rechtbank behandelde op 3 april 2026 het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep. Op 10 april 2026 deed de rechtbank uitspraak op het beroep en verklaarde dit ongegrond. Gezien deze uitspraak was een voorlopige voorziening niet langer nodig, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.

Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.44167

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. L. Drenthe).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft op 27 augustus 2025 opnieuw verzocht om tijdelijke bescherming onder de Richtlijn tijdelijke bescherming (de Richtlijn). [1] De minister heeft dit verzoek afgewezen bij het primaire besluit van 27 augustus 2025. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
Bij het bestreden besluit van 24 oktober 2025 heeft de minister het bezwaar van verzoekster gegrond verklaard en haar tijdelijke bescherming verleend onder de Richtlijn. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld. [2] Het eerder ingediende verzoek om een voorlopige voorziening is aangemerkt als samenhangend met het beroep. [3]
1.2.
De rechtbank heeft het verzoek op 3 april 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoekster, en dat beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt en openbaar gemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
2.Zaaknummer NL25.56118.
3.Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.