ECLI:NL:RBDHA:2026:8618
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verlenging gecombineerde vergunning verblijf en arbeid
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van hun verlengingsaanvragen voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (gvva) en een verblijfsvergunning onder de beperking verblijf bij familie. Verzoeker werkte als kok Indiase keuken bij een Aziatisch restaurant op basis van een gvva die geldig was tot december 2024. De minister wees de verlengingsaanvragen in januari en februari 2025 af, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep een redelijke kans van slagen heeft en dat er sprake is van spoedeisend belang, omdat verzoeker door de afwijzing niet kan werken terwijl de werkgever het loon doorbetaalt. De belangenafweging leidt tot toewijzing van de voorlopige voorziening, zodat verzoekers niet worden uitgezet en verzoeker mag blijven werken totdat de meervoudige kamer uitspraak doet.
De minister heeft zich niet verzet tegen de voorlopige voorziening, maar wel aangegeven dat het loon moet worden aangepast aan de toepasselijke norm. De voorzieningenrechter bepaalt dat de minister het griffierecht en proceskosten van verzoekers moet vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de voorlopige voorziening toe waardoor uitzetting wordt voorkomen en verzoeker mag blijven werken totdat op het beroep is beslist.