ECLI:NL:RBDHA:2026:8571
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid België
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvragen niet in behandeling genomen omdat België volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen deze besluiten en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 24 maart 2026 behandeld, waarbij verzoekers niet aanwezig waren.
De voorzieningenrechter verwijst naar een gelijktijdige uitspraak in zaken NL26.12667 en NL26.12679 waarin de beroepen zijn behandeld en oordeelt dat een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom worden de verzoeken afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 3 april 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat België verantwoordelijk is voor de asielaanvragen.