Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank constateert dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, waaronder achterstanden in de behandeling van asielaanvragen, maar acht een nadere beslistermijn tot uiterlijk 7 mei 2026 redelijk.
De rechtbank vernietigt het besluit van verweerder dat gelijkgesteld kan worden aan het niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op om uiterlijk op 7 mei 2026 een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat de termijn wordt overschreden.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467. De rechtbank verwijst naar het wettelijke kader, waaronder de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht, en benadrukt dat de verlenging van de beslistermijn door verweerder onvoldoende is gemotiveerd.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie. Eiser kan binnen zes weken na verzending van de uitspraak een verzetschrift indienen als hij het niet eens is met de uitspraak.