Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8553

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
NL26.12429
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië in asielprocedure

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, waarbij de minister is opgedragen een nieuw besluit te nemen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de minister wordt verboden verzoeker over te dragen aan Kroatië voordat het nieuwe besluit is genomen. Tevens is de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,-.

De uitspraak is gedaan op 1 april 2026 door de voorzieningenrechter B. Fijnheer en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt overdracht aan Kroatië totdat een nieuw besluit is genomen en veroordeelt de minister in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.12429

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. G.J. Dijkman),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. A. Sloots).

Procesverloop

Bij besluit van 4 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL26.12428, op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen J. Labban. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.12428, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit is vernietigd. De rechtbank heeft bepaald dat de minister een nieuw besluit moet nemen.
2. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening toe en verbiedt de minister om verzoeker over te dragen aan Kroatië voordat een nieuw besluit is genomen.
3. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand gezien de samenhang vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- treft de voorlopige voorziening dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Kroatië voordat een nieuw besluit is genomen;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
1 april 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.