Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 31 maart 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd genomen vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren.
De rechtbank stelde vast dat de door verweerder aangevoerde zware en lichte gronden voor bewaring feitelijk juist en voldoende onderbouwd waren. Eiser had niet aangetoond dat hij Nederland had verlaten na een eerdere uitzettingsopdracht en beschikte niet over voldoende middelen van bestaan.
Verweerder handelde voortvarend door snel een T&O-aanvraag in te dienen, de Poolse autoriteiten te betrekken en een vlucht te regelen. De geplande uitzetting op 14 april 2026 werd als niet onredelijk laat beoordeeld.
De rechtbank vond geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.