Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
(…)
3.Het geschil
4.De beoordeling
high valuelocatie als DHL evident onacceptabel is. Daaruit maakt de kantonrechter op dat de ernst van het incident – de diefstal – hem direct nadat hij daarvan kennis nam duidelijk was. De kantonrechter is van oordeel dat TCS onvoldoende heeft onderbouwd dat het vervolgens voor [naam 1] die dag (vanaf het moment van het telefoontje aangaande [verweerder] om 9.00 uur ’s ochtends, dan wel sinds het begin van de middag (rond lunchtijd) toen hij aankwam op locatie) in het geheel niet mogelijk was om juridisch advies in te winnen in deze voor hem overduidelijke, ernstige zaak en alvast (enige) maatregelen jegens [verweerder] te treffen. Dat op 12 december 2025 na het bekijken van de beelden tegen [verweerder] is gezegd dat hij naar huis moest gaan en dat hij thuis moest blijven totdat er meer bekend was over het onderzoek, zoals TCS stelt, blijkt nergens uit. Ter zitting heeft [naam 1] daarover nog gezegd dat hij tegen [verweerder] heeft gezegd “ga maar lekker naar huis toe”. Daarnaast staat vast dat [verweerder] niet is geschorst of op non-actief is gesteld noch dat hij zijn toegangspas(sen) moest inleveren of deze werden geblokkeerd. [verweerder] verscheen de maandag daarop gewoon voor zijn middagshift op het werk en had die dag nog toegang tot (onder andere) het terrein van DHL zoals te doen gebruikelijk. Onvoldoende is weersproken dat [naam 2] het telefoontje aangaande het ontslag pas om 15.08 uur heeft gepleegd, ruim vier uur na het overleg tussen [naam 1] en zijn gemachtigde en nadat [verweerder] al op werk was verschenen en met zijn dienst was begonnen. Onduidelijk is gebleven waarom [verweerder] dan niet rond 11.00 uur is geïnformeerd over het ontslag op staande voet, althans dat hem op dat moment in ieder geval was aangezegd dat hij niet op het werk mocht verschijnen. Als [naam 1] , zoals hij stelt, aan het wachten was op stukken die zijn gemachtigde aan het voorbereiden was, waaronder – zo begrijpt de kantonrechter – een concept vaststellingsovereenkomst, is dat op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat het ontslag om die reden wel onverwijld gegeven is. [naam 1] had immers in de ochtend al juridisch advies gekregen over het te verlenen ontslag op staande voet, zodat hij daartoe direct had kunnen en moeten overgaan. Door dat niet te doen heeft TCS naar het oordeel van de kantonrechter niet met de vereiste voortvarendheid gehandeld. Het ontslag op staande voet is dus, alles in ogenschouw genomen, niet onverwijld gegeven met als gevolg dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is.