Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8539

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
NL26.10178
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening ongegrond verklaard

De rechtbank Den Haag heeft op 9 april 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser stelde dat hij bij overdracht aan Zwitserland het risico loopt op indirect refoulement naar zijn land van herkomst, waar zijn eerdere asielaanvraag was afgewezen. De rechtbank oordeelde echter dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van systeemfouten in de Zwitserse asielprocedure of opvangvoorzieningen die dit risico zouden vergroten.

De rechtbank verwees naar het claimakkoord met Zwitserland, waarin is gegarandeerd dat eiser de mogelijkheid krijgt een nieuw asielverzoek in te dienen en dat er een individuele beoordeling zal plaatsvinden, inclusief het risico op terugkeer naar het land van herkomst. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het besluit van de minister terecht is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.10178

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. K.P.E. van Tulden),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 23 februari 2026 niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [2] In dit geval heeft Nederland bij Zwitserland een verzoek om terugname gedaan. Zwitserland heeft dit verzoek aanvaard.
Loopt eiser in Zwitserland risico op (indirect) refoulement?
5. Eiser betoogt dat hij na overdracht aan Zwitserland het risico loopt om te worden teruggestuurd naar zijn land van herkomst, omdat zijn aanvraag daar eerder is afgewezen. Hij vreest dan ook voor (indirect) refoulement.
5.1.
De beroepsgrond slaagt niet. Omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van systeemfouten in de asielprocedure of de opvangvoorzieningen is het niet aan deze rechtbank om in het kader van een Dublinoverdracht het risico op refoulement in Zwitserland verder te onderzoeken. [3] Met het claimakkoord garanderen de Zwitserse autoriteiten dat eiser de mogelijkheid krijgt om daar een nieuw asielverzoek in te dienen. Er zal een individuele beoordeling plaatsvinden, met inbegrip van het eventuele risico dat eiser loopt bij terugkeer naar zijn land van herkomst. Als eiser voor refoulement vreest, dient hij deze vrees in Zwitserland aan te kaarten.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling heeft genomen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van mr. T.M.T. Brandsma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 8:57, eerder lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
3.ABRvS 12 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2359.