ECLI:NL:RBDHA:2026:8538
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 9 april 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde dat bijzondere, individuele omstandigheden aanwezig zijn die een overdracht aan Spanje onredelijk maken. Hij vreesde in Spanje opnieuw bedreigd te worden door leden van een invloedrijke familie uit Egypte, vanwege een grondconflict, en betoogde dat de minister op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening zijn aanvraag in behandeling had moeten nemen.
De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Spanje gevaar loopt of dat hij geen bescherming kan krijgen van de Spaanse autoriteiten. De minister heeft terecht geoordeeld dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de minister. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter W. Loof en griffier T.M.T. Brandsma, zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.