ECLI:NL:RBDHA:2026:8537
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 27 maart 2026 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel van bewaring werd op 7 april 2026 opgeheven, waarna de rechtbank het beroep op diezelfde dag behandelde.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring onrechtmatig was geweest voorafgaand aan de opheffing. Eiser bracht geen gronden aan ter onderbouwing van zijn beroep, noch tijdens de zitting. De rechtbank vond ook in de door de minister verstrekte gegevens geen aanwijzingen voor onrechtmatigheid.
Op basis van deze ambtshalve toetsing concludeerde de rechtbank dat de maatregel rechtmatig was genomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.