Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 1 augustus 2024 ontvangen, met een beslistermijn van zes maanden. De minister heeft niet binnen deze termijn beslist, ondanks een ingebrekestelling van eiseres op 19 januari 2026.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. Omdat eiseres nog niet is gehoord over haar asielmotieven, legt de rechtbank een termijn van acht weken op voor het afnemen van een nader gehoor en vervolgens acht weken voor het nemen van een besluit. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van €467, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 3 april 2026.