De minister heeft op 23 april 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Ivoriaanse nationaliteit stelt te zijn, maar volgens de minister Ghanese nationaliteit heeft. De maatregel is verlengd en eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank toetst de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 12 januari 2026, het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek. Eiser betoogt dat de maximale termijn voor inbewaringstelling is verstreken, omdat het aanvullend terugkeerbesluit van 23 april 2025 met Ghana als land van terugkeer geen nieuw terugkeerbesluit zou zijn. De minister stelt dat dit wel het geval is, omdat het land van terugkeer een essentieel onderdeel van het terugkeerbesluit is.
De rechtbank stelt vast dat de eerdere bewaringen gericht waren op terugkeer naar Ivoorkust, maar dat sinds 23 april 2025 een nieuw terugkeerbesluit geldt met Ghana als land van terugkeer. De totale duur van de bewaring gericht op Ghana bedraagt 352 dagen, waarmee de maximale termijn van achttien maanden nog niet is bereikt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.