ECLI:NL:RBDHA:2026:8417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag na intrekking Nederlanderschap wegens terrorisme en weigering Marokko tot terugname
Eiser, geboren in 1988 en van Berber afkomst, verloor zijn Nederlanderschap na een veroordeling wegens deelname aan een terroristische organisatie in Syrië. De minister trok zijn Nederlanderschap in en legde een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twintig jaar op. Eiser kan niet terugkeren naar Marokko omdat de Marokkaanse autoriteiten hem geen reisdocument verstrekken, waardoor hij een zwervend bestaan leidt in Nederland.
Eiser diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing terecht is, omdat eiser geen gegronde vrees voor vervolging in Marokko heeft aangetoond en zijn situatie van materiële en morele deprivatie niet leidt tot een verblijfsvergunning op grond van het Vluchtelingenverdrag of het EVRM.
De rechtbank benadrukt dat de vraag of eiser buiten zijn schuld niet kan terugkeren naar Marokko thuishoort in een aparte buitenschuldprocedure, die nog loopt. Ook is geen aanleiding om een reguliere verblijfsvergunning op humanitaire gronden of vanwege schrijnende omstandigheden toe te kennen. Het gevaar voor de openbare orde is niet aan de orde in deze procedure.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter W. Loof op 3 april 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag.