ECLI:NL:RBDHA:2026:8390
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Emaus-Visschers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse homoseksuele vreemdeling bevestigd
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland na eerdere afwijzingen in Italië. Hij stelt homoseksueel te zijn en vreest vervolging bij terugkeer naar Nigeria vanwege zijn seksuele gerichtheid. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de homoseksuele gerichtheid en de daaraan verbonden risico's.
De rechtbank beoordeelde of de minister zorgvuldig had gehandeld en of de afwijzing terecht was. De rechtbank concludeerde dat de minister een tolk Pidgin Engels had ingezet en dat eiser de tolk goed kon verstaan. De verklaringen van eiser over zijn homoseksualiteit en de relatie met zijn vriend waren volgens de minister en rechtbank onvoldoende samenhangend en aannemelijk.
Eiser voerde aan dat zijn verklaringen beknopt waren door taalbarrières en angst, maar de rechtbank vond dat de minister terecht de verklaringen als oppervlakkig en ongerijmd had beoordeeld. Ook de verklaringen over zijn gevangenschap en mishandeling werden als ongerijmd beschouwd. De minister hoefde niet te toetsen aan de ondergrens uit de Vreemdelingencirculaire omdat de seksuele gerichtheid niet geloofwaardig was bevonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van de homoseksuele gerichtheid.