Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaken tussen
[eiser], v-nummer: [nummer 1], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Over de nieuwsberichten heeft de minister in het bestreden besluit gesteld niet ten onrechte gesteld dat deze enkel zijn gebaseerd op de verklaringen van de vader van eiser zodat hier slechts beperkte waarde aan kan worden gehecht.
Over de brief van de vader van eiser heeft de minister verder terecht opgemerkt dat deze niet afkomstig is uit een objectief verifieerbare bron, zodat de bewijswaarde hiervan beperkt is. Bovendien is de inhoud hiervan ook tegenstrijdig aan de door eiser afgelegde verklaringen. Immers de vader van eiser verklaart hierin te worden bedreigd vanwege zijn journalistieke werkzaamheden. Dit komt niet overeen met de verklaring van eiser. Tenslotte stelt de minister zich terecht op het standpunt dat de documenten waaruit blijkt er ten aanzien van de vader van eiser beschermingsmaatregelen zijn genomen niet overeenkomen met de verklaring van eiser dat zijn vader al langere tijd geen problemen meer ervaart. [10] Bovendien merkt de minister op zitting terecht op dat ook als wordt uitgegaan van het bestaan van de beschermingsmaatregelen uit de door eiser overgelegde documenten niet blijkt dat deze te maken hebben met de bedreigingen die eiser stelt te hebben ondervonden in zijn land van herkomst.
Voor wat betreft de integratie van eisers in Nederland heeft de minister in het verweerschrift terecht opgemerkt dat dit prijzenswaardig is, maar dat dit geen invloed heeft op de geloofwaardigheidsbeoordeling in beide besluiten. Ook hieraan gaat de rechtbank dus voorbij.