Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een tijdige beslissing op haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 15 september 2024 en had zes maanden de tijd om te beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde de minister tijdig in gebreke en diende daarna het beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor moet afnemen over de asielmotieven van eiseres en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt. Ook wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van € 467,- vanwege de inschakeling van juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober op 2 april 2026.