ECLI:NL:RBDHA:2026:8348
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen verblijfsvergunning asiel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 6 mei 2024 ontvangen. De minister moest binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrië is de beslistermijn verlengd tot maximaal 21 maanden.
Eiser heeft de minister op 11 september 2025 in gebreke gesteld, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Hierdoor is de ingebrekestelling te vroeg gedaan en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 2 april 2026. Eiser kan binnen zes weken een verzetschrift indienen als hij het niet eens is met deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling en het beroep te vroeg zijn ingediend.